zaterdag 3 november 2007

Een Terrorist in de Kamer: Farah Karimi

door Mariella Konings



In Nederland zit percentueel gezien een hoog aantal politici in het parlement die buiten Nederland zijn geboren en getogen. Vaak zijn ze repressieve regimes in hun eigenland ontvlucht en worden geloofd en geprezen vanwege het feit dat zij de westerse vrijheid en de kansen die Nederland biedt met beide handen hebben aangegrepen om een beter leven voor zichzelf te maken. Doordat ze zich ontworsteld hebben aan de onderdrukking in hun thuisland weten zij de waarde van vrijheid van meningsuiting en democratie vaak veel beter in te schatten dan zij die in vrijheid geboren worden.

Maar wat nu als vervolgens blijkt dat deze bejubelde politici ooit zelf tot een terroristische organisatie hebben behoord?

Een ingeburgerde politicus die vervolgens een terroristisch verleden bleek te hebben is Farahnaz “Farah” Karimi (1960), de Iranese vluchtelinge die een indrukwekkende carrière maakte in de Nederlandse politiek.

In 1989 arriveerde zij in Nederland. Ze begon, naast functies binnen Vluchtelingenorganisaties en organisaties voor vrouwenrechten, in 1991 voor GroenLinks te werken. In 1997 werd ze partijlid van GroenLinks, en belandde datzelfde jaar nog in de landelijke politiek.
Meer dan 8 jaar lang zat Farah Karimi voor GroenLinks in de Tweede Kamer, en was daarbij de woordvoerster van het buitenlandbeleid van de partij. Ze ontpopte zich als een doortastende politica. Volgens persbureau Novum was Karimi “de afgelopen jaren vaak de eerste Nederlandse politicus die gebieden bezocht waar een crisis was uitgebroken, zoals Kosovo, Albanië, de Palestijnse gebieden, Irak, Iran en Afghanistan.” (1) Ook bezocht Karimi een vluchtelingenkamp in Pakistan vlak na de aanslagen van 9-11, in oktober 2001. (2)

Maar toen werd in 2005 bekend dat zij lid was geweest van de beruchte terreur organisatie MEK. En dat plaatste Farah Karimi opeens in een heel ander daglicht.

De Mujahedeen e-Khalk

In de nacht van 26 juni 2007 werden meer dan 50 benzine stations in Iran in lichterlaaie gezet terwijl politiebureaus en politiewagens aangevallen en in brand gestoken werden tijdens een “spontane volksopstand” tegen het regime in Teheran.
En terwijl het westen de vrijheidsstrijders bejubelde in haar pogingen op te staan tegen het kwaadaardige regime in Iran werd snel duidelijk dat het helemaal geen spontane volksopstand was, maar een gecoördineerde aanval die was georganiseerd door de beruchte Iranese “Mujahedeen e-Khalk” of “MEK”.

Niet alleen is de MEK is een sekte waarvan de leden zijn onderworpen aan hersenspoeling; de groep heeft zich decennia lang gericht zich op het plegen van bomaanslagen op burgers, politici, rechters, politie commissarissen en hoge militairen. Om die reden werd de groep jaren geleden op de Amerikaanse lijst van verboden terreurorganisaties geplaatst. Toch weerhoudt dit de huidige westerse politici niet om de MEK binnen te halen als het nieuwste wapen om het regime van Iran omver te werpen.

De Mujahedeen e-Khalk (MEK), Mujahideen Khalk Organisation (MKO) of de “Volks Mujahedeen” is revolutionaire marxistische groep die in de jaren ’60 werd opgericht door Massoud Rajavi.
De MEK is een marxistische sekte die geleid wordt door het echtpaar Massoud en Maryam Rajavi. Rond Massoud en zijn vrouw Maryam heeft zich een persoonlijkheidscultus ontwikkeld, waarbij Maryam door de leden als een soort profetes wordt vereerd. De leden worden gehersenspoeld en strikt gescheiden gehouden, terwijl de Rajavi’s hun leven dicteren en hun daden beheersen.
Ze volgen zware militaire trainingen in kampen in Irak om de strijd aan te binden tegen de Iraanse regering. Zo hebben ze hun wapens achtereenvolgens op de Shah gericht, vervolgens op de Ayatollahs van Khomeini en nu hebben ze het regime van Ahmedinejad tot doelwit gekozen. Hun doel is om de Iraanse regering omver te werpen en Maryam aan het hoofd van Iran aan te stellen.

Vrij uniek aan de MEK is dat het een sterke feministische inslag heeft. Daardoor oefent de groep een grote aantrekkingskracht uit op meisjes en vrouwen. Het MEK bestaat dan ook voor een groot gedeelte uit vrouwen.

Toen hij Maryam ontmoette, was Massoud Rajavi getrouwd met de dochter van de toenmalige president van Iran, Bani Sadr. (3)
Maar toen hij Maryam zag besloot hij dat zij zijn nieuwe vrouw zou worden. Hij begon zijn ideologieën te doorspekken met feministische gedachtegoeden om Maryam op een voetstuk te plaatsen, en al snel stond zij naast hem en leidden ze samen de MEK.

De organisatie bleef obscuur totdat de opstand tegen het regime van de Shah begon. Op dat moment sloot de MEK zich aan bij de islamitische revolutionairen van ayatollah Khomeini. Ze assassineerden bestuurders en politie en pleegden bomaanslagen. Vervolgens was de MEK betrokken bij de bezetting van de Amerikaanse Ambassade in Teheran, waar ze samen met Khomeini’s revolutionairen een groep Amerikanen 444 dagen gegijzeld hielden. (4)

Nadat de Shah in 1979 was afgezet gaf Khomeini het bevel dat de MEK ontwapend moest worden. De MEK weigerde dit, en opende de aanval op hun voormalige bondgenoten, waarbij ze politici via bomaanslagen tot doelwit maakten. Ze gingen zo ver dat ze zelfs de premier en de president doodden. The Guardian schrijft: “MKO leden hervatten de terreur tactieken die tijdens het tijdperk van de Shah werden uitgevoerd, het assassineren van hogere functionarissen en er dan vandoor scheuren op snelle motoren. De ondergrondse oorlog tegen de regering bereikt een piek in juni 1981, toen een serie bommen in het centrum van Teheran explodeerden tijdens een belangrijkje politieke ontmoeting. De bom doodde 72 mensen, onder wie de president van het opperste gerechtshof Mohammad Behesti, een hogere ambtenaar nauw aan de ayatollah’s verbonden, ministers van de regering, een aantal parlementsleden en ambtenaren. Een maand later werden de president, Mohammad-Ali Rajei, en de minister president, Javad Bahonar gedood in een bomaanslag.” (5)

Khomeini gaf vervolgens het startsein om de MEK met wortel en tak uit te roeien. Duizenden leden werden gearresteerd en gemarteld in de beruchte Evin gevangenis, terwijl Massoud Rajavi in vermomming naar Frankrijk vluchtte. Daar richtte hij de ‘Nationale Raad van Verzet in Iran’ op (National Council of Resistance in Iran), en dit zou uitgroeien tot de “politieke tak” van de MEK.

In Frankrijk leerde de MEK de waarde van de westerse media. De National Council of Resistance in Iran begon al snel te functioneren als een gelikt propaganda apparaat wat een niet onaanzienlijk deel van hun campagnes oriënteerde op het presenteren van gladde boodschappen over ‘seculiere democratie’ en ‘gelijke rechten voor vrouwen’ aan westerse politici en de westerse media. Ondertussen was de National Council of Resistance in Iran steeds meer een platform van de persoonlijkheidscultus rondom Maryam Rajavi, die sindsdien steevast de “Gekozen President” van Iran wordt genoemd.

Maar Frankrijk daalde in 1986 neer op de MEK in hun land; de autoriteiten sloten het hoofdkwartier en gooide Massoud Rajavi het land uit. Hij vluchtte vervolgens naar Saddam Hussein in Irak.

Op dat moment was Saddam de aartsvijand van Iran; beiden waren in een langdurige loopgravenoorlog verwikkeld waarbij ze elkaar bestookten met gifgas en waarin meer dan een miljoen soldaten in Iran alleen sneuvelden.
Saddam nam Rajavi onder zijn vleugel en liet de MEK toe in Irak. Hij begon ze te financieren en bewapenen, en liet hen militaire kampen opzetten nabij de grens met Iran. Van hieruit lanceerde de MEK aanvallen op Iran, en voorzag Saddam tegelijkertijd van inlichtingen over zijn vijand. Ze doneerden manschappen die naast het Irakese leger meevochten, terwijl Massoud Rajavi voor Saddam doelen in Iran aanwees om te bombarderen.

Zelfs nadat de oorlog tussen Iran en Irak in 1988 afgelopen was door middel van een wapenstilstand, gaf de MEK in Irak de aanvallen op Iran niet op. Onmiddellijk nadat beide zijden de wapens hadden neergelegd organiseerde Rajavi een enorm offensief over de grens om Iraanse doelen aan te vallen. Hierop lieten de Iranese autoriteiten de Revolutionaire Garde keihard neerdalen op de MEK, waarbij ze massaal werden afgeslacht.

De MEK in Irak hielp Saddam ook om de Irakese bevolking te onderdrukken. Tijdens de enorme volksopstanden van de Koerden en de Sjiieten in 1991 assisteerde de MEK Saddam’s troepen om de opstanden bruut neer te slaan. Wederom vestigden ze hiermee hun reputatie als slachters. Hun aandeel voor de massaslachting van de Koerden en de Sjiieten maakte de MEK de meest gehate ‘politieke’ groep van Irak.

Ook tijdens de jaren ’90 gingen de MEK vanuit Irak onvervaard door met de aanvallen op Iranese doelen: in 1982 viel de MEK 13 Iranese ambassades rond de wereld aan, en in 1994 bliezen zij Iranese olie faciliteiten en het belangrijke heiligdom, de Mahsad Schrijn, op in een serie bomaanslagen. In 1999 vermoordden zij de Chef Staf van de Iranese strijdkrachten, terwijl zij in 2000 en 2001 een aantal mortiergranaten afvuurden op Iranese regeringsgebouwen en een moordaanslag plaagden op een hoge militaire commandant. (4)

Het is grotendeels vanwege deze aanslagen op het Iraanse regime dat de MEK op de lijst van verboden buitenlandse terreurorganisaties van het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken werd geplaatst. Hun bankrekeningen werden bevroren, wat altijd een teken is dat het de Amerikanen ernst is.
Maar toen, opeens, begon de MEK steun te krijgen vanuit onverwachte hoek terwijl steeds meer Britse en Amerikaanse politici hen opeens begonnen te steunen. Zo ondertekenden bijvoorbeeld 150 leden van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden in oktober 2000, en opnieuw in november 2002, een verklaring waarin de MEK gesteund werd. Ze noemden de terreur organisatie een “legitieme verzetsbeweging” en een “grote speler” in de strijd tegen het terrorisme. (4)

Op 15 januari 2003 plaatste de MEK zelf een advertentie in de New York Times, die een hele pagina besloeg. Daarin pochte de organisatie onder meer over de steun die zij van de 150 Amerikaanse Congresleden had ontvangen. (3)

Het feit dat een verboden buitenlandse terreurorganisatie een paginagrote advertentie in de grootste krant van de VS had laten plaatsen zorgde voor verwarring in de VS. Een woordvoerder van de FBI zei tegen Insight Magazine dat het “onduidelijk” was of het verboden was voor terroristische organisaties om te adverteren in kranten, en dat het “onduidelijk” was of de New York Times de wet had overtreden door geld van een terreurgroep te accepteren op het moment dat de bankrekeningen van de organisatie op bevel van de regering bevroren waren. (3)

Ondertussen werkten bepaalde politici in 2002 koortsachtig om de MEK te accommoderen. Afgevaardigde Sam Brownback (R-Kansas) ontwierp een wet om “oppositie groepen” als de MEK met $50 miljoen te financieren om het Iranese regime omver te werpen. Tom Tancredo (R-Colo.) merkte over zijn lofuitingen op de MEK op: “Ik bestrijd niet dat de geschiedenis van de [MEK] niet die van de Padvinders is.” (3) Afgevaardigde Sheila Lee Jackson (R-Tx.) zei: “Degenen die bereid zijn om naar de frontlinie van de democratie te gaan moeten niet worden aangevallen omdat ze terrorist zijn of omdat ze een regering willen ondermijnen, maar ze moeten gerespecteerd worden als (mensen) die in het diepst van hun hart geloven dat vrijheid soms belangrijker is dan veel andere dingen.” (4)

En toen, in maart 2003, leidden de Amerikanen de invasie van Irak. De MEK verloor de bescherming en steun van Saddam Hussein en Massoud Rajavi verdween. Er is sindsdien niets meer van hem vernomen.

Nadat Saddam zijn macht had verloren en Massoud spoorloos was verdwenen zag het er voor Maryam slecht uit. Op 17 juni 2003 deed de Franse politie een grote inval in het politieke hoofdkwartier van de MEK in Auvers-sur-Oise, en arresteerde Maryam Rajavi en 160 van haar aanhangers. De Fransen vermoedden dat de MEK hun militante hoofdkwartier ook naar Frankrijk wilde verplaatsen, om zo een basis te hebben om binnen Europa aanslagen te plegen op Iraanse doelen.
Onmiddellijk organiseerden MEK leden in Frankrijk, Engeland en Nederland demonstraties bij de Franse ambassades waar ze uit protest hun oogleden en monden dichtnaaiden. Bovendien staken 9 leden zichzelf in brand.

Desondanks leek de MEK definitief uitgerangeerd; Massoud was verdwenen en Maryam en haar harde kern waren gearresteerd. Zowel Iran als Irak was hevig geïnteresseerd om de MEK te berechten voor hun terreuraanslagen. Maar terwijl journalisten, terreur analysten en politieke experts het erover eens waren dat de MEK geen enkele rol van belang meer zou spelen, kreeg de VS steeds hevige interesse in de Iraanse inlichtingen die de MEK hen zou kunnen geven.

Reza Aslan, in een column in de Los Angeles Times: “Na de V.S. geleide invasie van Irak werden leden van de MEK verzameld en vastgezet door het Amerikaanse leger. De Iraniërs, gretig om hen in handen te krijgen, gingen overleg aan met Amerikaanse functionarissen om een gevangenenruil te bewerkstelligen, en boden Taliban en al Qaeda strijders die ze gevangen hadden aan in ruil voor leden van de MEK. De Irakis, die de groep veroordeeld wilde zien vanwege de rol in de massaslachting van de Sjiieten en Koerden na de Golf Oorlog, ondersteunden het overleg. Echter, voordat de gesprekken een conclusie bereikten, was er op onverklaarbare wijze een beschermde status aan de MEK verleend onder de Conventie van Genève.” (6)

Opeens begon de MEK in het westen aan politiek belang te winnen. Hun politieke tak in Frankrijk, de National Council of Resistance in Iran, begon wederom aan een marketing campagne voor de westerse media om zichzelf in een fraai daglicht te plaatsen. De MEK was heel bewust geworden hoe belangrijk het beeld was dat het westen van hen had. Ze bombardeerden de westerse media nu dus met boodschappen over seculiere democratie en bevrijding en verzetstrijders en vrouwenrechten. De hoofdboodschap is de omverwerping van het “kwaadaardige” Iranese regime waarna Maryam Rajavi het land zal leiden tot de “vrije verkiezingen”. (7)

De boodschap viel in goede aarde. Generaal Ray Odierno van de 4e Infanterie Divisie, die was aangesteld om de onderhandelingen over de overhandiging van de MEK in Irak te leiden, eiste dat de terroristische status van de Mek werd ingetrokken omdat de groep “toegewijd is aan democratie in Iran.” (7)

En ook in Engeland vond de MEK hooggeplaatste vrienden. In april 2005 werd er een advertentie geplaatst door sympathisanten van de MEK die vonden dat de terreurgroep gelegitimeerd moet worden. Behalve aanbevelingen van diverse mensenrechtenactivisten bevatte de advertentie ook steunbetuigingen van Britse politici als Lord Corbett en Lord Alton. (8)

Terwijl Britse Minister van Buitenlandse Zaken Jack Straw hen een “akelige terroristische organisatie” noemde, waarvan het Britse politici verboden was om ermee in contact te staan, en de zeer gerespecteerde mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch een rapport uitbracht waarin verklaringen stonden van voormalige leden over systematische mishandeling, martelingen en sterfgevallen tijdens verhoren door de MEK, deed Lord Corbett het rapport van Human Rights Watch af door te zeggen: “Alle mensen die ze hebben geïnterviewd zijn agenten van de Iranese inlichtingendiensten.” (8)

Nu Iran de nieuwe boeman van de wereld is zien sommige westerse politici de MEK er opeens als een waardevolle bron van informatie over Iran. Naar verluidt verwachten de Amerikanen veel van de inlichtingen die MEK hen kan geven over Iran. In 2007 schreef ex-CIA agent Robert Baer een artikel voor Time Magazine, waarin hij naar de Neocons, en in het bijzonder Elliott Abrams, wees als de bron voor het gebruik van terreurgroepen als de MEK om het regime in Teheran te ondermijnen.
Baer: “Ik kreeg niet lang na de invasie zelfs een telefoontje van een neo-com [sic] die vroeg of ik naar Irak wilde gaan om me met de Mujahedeen-e-Khlaq [sic] bezig te houden, een Iranese dissidentengroep op de terreur lijst van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De missie was zogenaamd om inlichtingen te vergaren over Iranese nucleaire faciliteiten.” Baer voegt eraan toe: “Ik sloeg het af, en weet niet hoe het van daar af is gegaan.” (9)

Farah Karimi

Ondertussen zat in Nederland Farah Karimi in de Tweede Kamer. Voor de Iraanse vluchtelinge is het brengen van vrijheid, openheid en democratie in Iran een belangrijke taak in haar leven. Tijdens haar politieke carrière in Nederland heeft ze zich altijd met de Iranese zaak beziggehouden.

Het meest opmerkelijke wapenfeit van Karimi is om via de Nederlandse regering een televisiezender voor Iran op te richten die de bevolking met “kritische” berichtgeving zou informeren. Volgens Karimi is een vrije pers een van de belangrijkste manieren om een volk te bevrijden van een repressief regime.

Dat de Nederlandse regering bereid was om een zendstation te financieren dat op een ander land gericht was, mag op zijn minst opmerkelijk genoemd worden. Op 27 december 2004 schrijft Safa Haeri van IPS: “In een verrassende wending heeft het Nederlandse parlement verleden week een budget van 15 miljoen Euro (20 miljoen Amerikaanse Dollars) goedgekeurd om een nieuwe televisiedienst in Farsi te maken.” (10)

Farah Karimi verklaarde trots dat de zender ‘voor en door Iraniërs’ zou zijn, en dat het opgericht werd om “de leegte van de vrije pers in Iran” op te vullen. (10)

Tegen de BBC verklaarde Karimi dat de nieuwe zender volkomen onafhankelijk zou zijn van de regering en dat, “Net als bij de BBC,” het geld ervoor van belastingbetalers zou komen. “Het project is niet politiek, maar meer gericht op mensenrechten, vrijheid en democratie.” (10)

Hoewel het Ministerie van Buitenlandse Zaken ernstig bezwaar had gemaakt tegen dit hoogst ongebruikelijke wetsvoorstel, werd het toch door de Kamer aangenomen. Iran reageerde argwanend. De Iran Press Service meldt: “Dit is de eerste keer dat een lid van de Europese Unie Iranese dissidenten voorziet van een dergelijk invloedrijk massamedium.” (10)

Alhoewel Karimi de eer voor het voorstel kreeg toegedicht, was het niet haar idee geweest. Vrij Nederland meldt: “Karimi (zelf oorspronkelijk uit Iran) kreeg van een groep voormalige landgenoten het plan voorgelegd.” (11)

Tevens had Karimi het plan van haar voormalige landgenoten niet uitgewerkt met een partijlid, maar met een ideologische opponent; de rechtse Hans van Baalen. Harm Botje en Joël Broekaert schrijven in Vrij Nederland: “Het was een opmerkelijke combinatie: Hans van Baalen (VVD) en Farah Karimi (GroenLinks) die in 2004 samen optrokken. Vaak hadden de twee parlementariërs hoogoplopende meningsverschillen, maar op het onderwerp persvrijheid in Iran vonden ze elkaar.” (11)

Minister Bot besloot echter dat het tv-station een radiozender moest worden, wat hem van Karimi het verwijt van “zwakke knieën” opleverde, en vervolgens werd de resolutie unaniem aangenomen. Er werd 50 miljoen Euro uitgetrokken worden om de zender 2 jaar lang te steunen. De actie schoot de Iranese autoriteiten in het verkeerde keelgat, vooral toen bleek dat een deel van het geld voor de zender van de Amerikaanse organisatie ‘Freedom House’ zou komen, een organisatie die in Iran te boek staat als verbeten op het omverwerpen van het regime. (11)

Het initiatief werd nog kwalijker in de ogen van Iran nadat ook de VS ook had besloten 75 miljoen uit te trekken voor “democratiseringsprojecten” in Iran. Vrij Nederland: “Wat niet echt hielp, was dat de Amerikanen in Dubai onder valse voorwendselen een bijeenkomst organiseerden. Tegen de ingevlogen Iraniërs was gezegd dat niet de Amerikanen, maar de Verenigde Naties de organisatoren waren. De cursisten kregen onder meer voorlichting over de manier waarop in Servië een volksopstand tegen Slobodan Milosevic was georganiseerd. De boodschap was duidelijk: de Iraniërs moesten een netwerk van activisten opzetten die het volk klaar moesten stomen voor de omverwerping van het regime.” (11)

Teheran kreeg het idee dat nederland en de VS onder één hoedje speelden. Vrij Nederland: “De Iranese overheid gooide de afgelopen maanden alles op één hoop. Nederland én Amerika zouden aan een groot complot werken.” Als gevolg van deze gezagsondermijnende ontwikkelingen vanuit het buitenland stelde de Iraanse autoriteiten een klopjacht in op mensen die in verband gebracht konden worden met de Amerikaanse en Nederlandse ‘hulp’. Mensenrechtenactivisten die niets van doen hadden met de initiatieven werden gearresteerd, kantoren gesloten, en bankrekeningen bevroren. Arrestanten werden intensief ondervraagd over hun verbanden met Hivos, de Nederlandse organisatie die onder meer Rooz financierde. (11)
Activisten in Iran klaagden dat de hulp een averechts effect had en zelfs regelrecht gevaarlijk voor hen was. Desondanks besloot de Nederlandse regering in 2007 om nog een 15 miljoen euro in de ‘onafhankelijke media’ te steken die op Iran wordt afgevuurd.

Een paar maanden nadat Karimi’s initiatief voor een kritische zender was aangenomen werd ze aangehouden op een vliegveld in Teheran. Daar werd ze in de nacht van 9 mei 2005 het slachtoffer van “bedreiging en intimidatie” door de militaire autoriteiten. (12)

De militairen zonderden haar af en kopieerden de gegevens uit Karimi’s agenda. (2) (12) (13)
Het bleek dat Karimi in Iran tegenstanders van het regime had bezocht. Ze was 10 dagen in Iran geweest en had daar, volgens De Telegraaf, gesprekken gevoerd met opponenten van het Iranese regime, mensenrechten activisten en hervormingsgezinde parlementariërs. Volgens Karimi was het Ministerie van Informatie van haar bezoek op de hoogte. (14) Maar op het moment dat zij Iran wilde verlaten, werd zij afgezonderd, bedreigd en haar aantekeningen en agenda afgenomen. “Dit is onacceptabel. Zo gaat Iran dus met Nederlandse parlementariërs om.” (14) Karimi maakte zich bovendien ernstig zorgen over de tegenstanders van het regime die zij ontmoet had omdat hun gegevens in haar agenda hadden gestaan. Ze vreesde dat ze gearresteerd zouden worden.

Karimi verklaarde bij terugkomst buitengewoon woedend te zijn over de “schandalige en onbeschofte behandeling” op het vliegveld: “Mijn behandeling was buitengewoon intimiderend (…) Als de autoriteiten een Nederlandse parlementariër al zo behandelen, wat zullen ze dan wel niet doen met de Iraniërs zelf? Ik ben er kapot van.” (14)
Femke Halsema was ook woedend. Op hoge poten verklaarde ze: “... dat bedreiging en intimidatie van een Nederlands staatsburger door buitenlandse autoriteiten niet te accepteren is,” en stond erop dat de Iranese regering ter verantwoording werd geroepen. (12) Halsema eiste dat “Een harde reactie van de Nederlandse regering kan niet uitblijven.” (15)

Volgens Hans van Baalen, VVD Kamerlid, die de behandeling van Karimi “onaanvaardbaar en veelzeggend” vond, moest Minister van Buitenlandse Zaken Bot de intimidatie “op onverbloemde wijze hard afkeuren.” Hij prees Karimi om haar moedigheid. (15)

Halsema zag de behandeling van Karimi als gevolg van het feit dat zij de nieuwszender had opgericht, en beschouwde dat dan ook als een belediging van de Nederlandse regering: “Het initiatief om een satellietzender op Iran te richten is door de Tweede Kamer unaniem omarmd. Door de initiatiefnemer te intimideren, tracht men druk uit te oefenen op de vrije parlementaire besluitvorming in Nederland en dat kan het parlement niet accepteren.” (15)

De Iranese Ambassadeur werd bij de regering op het matje geroepen.

Ondertussen liet Hamid Reza Asefi, woordvoerder van het Iraanse Ministerie van Buitenlandse Zaken, echter fijntjes weten dat deze “Nederlandse staatsburger” niet als zodanig herkenbaar was geweest. Karimi was op de luchthaven aangehouden terwijl zij met haar Iraanse paspoort reisde: “Juffrouw Karimi is naar het land gekomen met een Iraans paspoort en net als alle reizigers moest zij door de beveiliging op het vliegveld.” (13) Karimi was dus voor de Iraanse autoriteiten niet herkenbaar geweest als Nederlands staatsburger, laat staan als Nederlands politicus met diplomatieke onschendbaarheid. Vanwege haar eigen verdachte gedragingen had Karimi dus de opponenten van het regime, wiens gegevens door de autoriteiten waren gekopieerd, blootgesteld aan gevaar.

Ook met de mate van intimidatie en bedreiging bleek het mee te vallen. Karimi was niet beledigd, bedreigd, uitgescholden, geslagen of verkracht: “Ze maakten me duidelijk dat ze niet blij zijn met mijn initiatief voor een satellietzender gericht op Iran. Ze zeiden dat Iran rust nodig heeft en geen onruststokers. Als ik verder zou gaan met de zender, kan ik bij een volgend bezoek alleen nog mijn familie spreken, was de boodschap. Ze bleven vriendelijk maar waren duidelijk en bedreigend in bedekte termen.” (14)

Enigszins in verlegenheid gebracht door een storm in een glas water nam Buitenlandse Zaken gepaste afstand van het drama. Woordvoerder Bart Jochems verklaarde: “We moeten eerst weten wat er gebeurd is. Als bedreigingen hebben plaatsvonden had dat niet mogen gebeuren. Maar als dit een gewone veiligheidscontrole op een vliegveld was, wel, dat gebeurt in heel veel landen.” (13)

Enkele dagen na het incident op het vliegveld in Teheran kwam Farah Karimi met een heel opmerkelijke onthulling. Ze openbaarde dat zij vier jaar lang lid was geweest van de MEK. Zij had een hoge positie in de organisatie gehad, en werkte zelfs een poos op het MEK hoofdkwartier in Frankrijk.

Zoveel werd duidelijk toen zij op 19 mei 2005 haar autobiografie “Het geheim van het vuur” op de markt bracht (ISBN 9069746379). Hierin beschreef Karimi onder meer hoe zij van 1982 tot 1986 lid was geweest van de MEK.

Direct na deze onthulling prees Groen Links fractievoorzitter Femke Halsema de openheid en moed van Karimi over haar verlangen het Nederlandse volk te informeren over haar verleden bij de terroristische MEK. Ze wees er daarbij nadrukkelijk erop dat de MEK niet als terreurorganisatie te boek stond toen Karimi lid was. (16)

Door de onthulling dat ze een paar jaar bij de MEK had gezeten kwam Karimi’s opmerkelijke politieke carrière in Nederland opeens in een radicaal ander daglicht te staan. Merkwaardig genoeg veroorzaakte dit feit amper commotie: Karimi’s lidmaatschap van de terroristische organisatie werd vervolgens gewoon op haar webpagina van de Tweede Kamer vermeld. (2) En daarmee was de kous af.

Desondanks bevatte de openbaringen onthullende details, met potentieel ernstige gevolgen. Zo was Karimi betrokken bij het vervaardigen van valse verklaringen om asiel te krijgen. Judith Neurink in Trouw: “Karimi heeft als lid van een radicale Iranese verzetsgroep in de jaren tachtig vluchtverhalen verzonnen om andere leden in Frankrijk aan asiel te helpen. (…) Op het hoofdkwartier in Parijs stelde ze in 1985/1986 zeker 150 vluchtverhalen samen door bestaande informatie te combineren.” (17)

Daarnaast bleek ze op onterechte gronden als politiek vluchtelinge te zijn geaccepteerd. Judith Neurink in Trouw: “Karimi kreeg in 1984 op basis van een deels vals vluchtverhaal inDuitsland asiel.” (17) Op basis van valse verklaringen had zij ook in Nederland een A-status toegewezen gekregen, wat in zou houden dat zij haar politieke zetel op zou moeten geven.

Als bevlogen tegenstander van het regime in Iran had Karimi in Nederland jarenlang voor allerlei vluchtelingenorganisaties gewerkt. Dat bleek ook het werkterrein van de MEK in Nederland. De MEK scheen bovendien onder de Iranese asielzoekers in Nederland het gerucht te verspreiden dat Karimi hen bij aankomst aan een verblijfsvergunning zou helpen. Neurink: “De Moedjahidien Khalk is ondanks het etiket 'terreurgroep' nog steeds actief in Nederland, en rekruteert al jaren nieuwe leden onder asielzoekers. De inlichtingendienst AIVD vertelde Karimi in 2002 dat dit gebeurde door aspirant-leden te vertellen dat de organisatie hen via het Kamerlid Karimi aan een status helpt. ‘De Moedjahidien hebben mijdaar nooit over benaderd’, zegt Karimi desgevraagd. ‘En nee, ik heb daarover geen contact met ze opgenomen. Dat zou niets uithalen. Ze misbruiken alles in deze wereld.’” (17)

Ook had Karimi, die in 1983 in Duitsland arriveerde en daar de status als politiek vluchtelinge kreeg, voor de terreurgroep fondsen geworven. Neurink: “Ze zamelde op straat in Duitsland geld in, waarvan ze wist dat het niet naar slachtoffers van het Iranese regime ging, maar naar wapens voor de verzetsgroep.” (17)
Daarna dook ze in Frankrijk op, en werkte daar op het MEK hoofdkwartier aan het vervalsen van verklaringen voor Iranese asielzoekers. Naar eigen zeggen brak zij met de organisatie in 1986, maar 1986 was toevallig ook het jaar dat de Franse regering in een politieactie met veel machtsvertoon het Franse hoofdkwartier van de MEK sloot en Massoud Rajavi het land uitgooide.

De vraag was dan ook terecht of Farah Karimi wel echt met de MEK had gebroken, of dat zij haar hoge machtspositie binnen de Nederlandse politiek misbruikte om het doel van de MEK te bevorderen. De doelen waaraan zij werkte nadat zij de MEK had verlaten zijn de exacte doelen van de MEK; het vervangen van het regime in Iran, en het brengen van vrouwenrechten en ‘seculiere democratie’.

In 2006 besloot Farah Karimi de Nederlandse politiek achter zich te laten voor een hogere functie. Karimi trad in dienst van de VN en werd een hogere adviseur van het UNDP project SEAL, dat een wetgeving voor Afghanistan probeert te maken.
Daarnaast ging zij een bijdrage leveren aan de Iranese media organisatie Rooz, gesitueerd in Frankrijk. Rooz wordt gesubsidieerd door de Nederlandse liefdadigheidsinstelling Hivos.

In 2007 interviewde Rooz haar, en vroeg hoe het was om als Iranese vrouw in Nederland een politieke carrière te doorlopen. Farah Karimi wees erop hoe makkelijk het in feite was geweest: “Ik vond mijn weg in het parlement slechts 9 jaar nadat ik naar dit land was gekomen als een politiek vluchteling die ook geen Hollands sprak. Ik leerde de taal na aankomst in 1989 en studeerde internationale betrekkingen. Ik begon met de Hollandse Groene Partij te werken in 1991. In 1994 begon ik voor een NGO te werken die zich bezighield met de rechten van buitenlandse vrouwen en beheerde een project voor hen. Uiteindelijk werd ik in 1997 lid van de Groene Partij en kreeg direct promotie naar de raad van bestuur van de partij. In datzelfde jaar werd ik in het parlement gekozen.” (18)

Karimi roemde tegenover Rooz de openheid van het Nederlandse politieke systeem: “Iemand kan na slechts 5 jaar een burger worden.” Rooz voegt daaraan toe: “En zo gekwalificeerd om in het parlement te dienen.” (18)




Bronnen:

(1) “GroenLinks-Kamerlid Farah Karimi niet herkiesbaar”, Novum, 9 juli 2006,
http://www.nieuws.nl/253741

(2) “Drs. F. Karimi”,
http://www.parlement.com/9291000/biof/02255

(3) “‘Gray Lady’ runs ad for terrorists”, Kenneth R. Timmerman, WorldNet Daily, 24 Jan. 03,
http://www.worldnetdaily.com/news/printer-friendly.asp?ARTICLE_ID=30657

(4) “Don’t Confuse This Group with Freedom Fighters”, Tom Knowlton, Dec. 11, 2002,
http://www.sftt.org/dwa/2002/12/11/2.html

(5) “Friends in high places”, The Guardian, July 15, 2003,
http://www.guardian.co.uk/iran/story/0,12858,998656,00.html

(6) “A Cult Is Trying to Hijack Our Iran Policy”, Reza Aslan, LA Times, Dec. 10, 2004,
http://fairuse.1accesshost.com/news2/latimes439.htm

(7) “The Cult of Rajavi”, Elizabeth Rubin, The New York Times, July 13, 2003,
http://www.nytimes.com/2003/07/13/magazine/13MUJAHADEEN.html?position=&ei=5007&en=6b6a11b0fdb450b1&ex=1373428800&ad

(8) “US-Protected ‘Tank Girl’ Army Accused Of Torture”, David Leigh, The Guardian, May 30, 2005,
http://www.guardian.co.uk/usa/story/0,12271,1495712,00.html
http://www.rense.com/general65/cef.htm

(9) “More Bad Intelligence on Iran and Iraq”, Robert Baer, May 24, 2007, Time,
http://www.time.com/time/world/article/0,8599,1624993,00.html

(10) “Iranians to have a television from Holland”, Safa Haeri, IPS, 27 december 2004,
http://www.iran-press-service.com/ips/articles-2004/december/television_271204.shtml

(11) “Nederlandse steun mediaprojecten in Iran gaat door”, Harm Ede Botje & Joël Broekaert, Vrij Nederland, 7 juli 2007,
http://www.vn.nl/Buitenland/ArtikelBuitenland/NederlandseSteunMediaprojectenInIranGaatDoor.htm

(12) “GroenLinks hevig geschrokken over bedreiging Farah Karimi in Iran”, Femke Halsema, GroenLinks, 10 mei 2005,
http://www.nieuwsbank.nl/inp/2005/05/10/R301.htm

(13) “Iran plays down Dutch row over alledged mistreatment of lawmaker Farah Karimi”, 16 mei 2005,
http://www.payvand.com/news/05/may/1115.html

(14) “Militairen bedreigen Kamerlid Karimi in Iran”, De Telegraaf, 10 mei 2005,
http://www.prime95.nl/Persian/Iran%20NL/kamerlid%20karimi.htm

(15) “VVD en GroenLinks eisen actie Bot tegen Iran”, De Telegraaf, 10 mei 2005,
http://www.prime95.nl/Persian/Iran%20NL/kamerlid%20karimi.htm

(16) “‘Lidmaatschap kamerlid terroristische organisatie’”,
http://intel.web-log.nl/intel/2005/06/_lidmaatschap_k.html

(17) “Groenlinks kamerlid heeft bedenkelijk verleden”, Judith Neurink, Trouw,
http://johandewitt.web-log.nl/johandewitt/2005/05/groenlinks_kame.html

(18) “Interview With Farah Karimi”, Sepideh Abdi, Rooz, 01-09 2007,
http://www.roozonline.com/english/archives/2007/01/interview_with_farah_karimi.html

donderdag 1 november 2007

Hoogverraad: hoe de Adel de Fascisten de macht gaf

door Mariella Konings


De rijken zullen altijd streven om hun heerschappij te vestigen en de rest aan slavernij te onderwerpen. Dat hebben ze altijd gedaan. Dat zullen zij altijd doen.” - Gouverneur Morris, de auteur van de Amerikaanse Grondwet.


Sinds de Tweede Wereld Oorlog wordt geloofd dat Hitler’s opkomst veroorzaakt werd door het volk; het was zijn populariteit bij het Duitse publiek dat hem naar de hoogste regionen van de Duitse politiek stuwde.
Op school wordt ons geleerd dat het voor Hitler slechts een kwestie van de ‘juiste persoon op het juiste moment’ was geweest en Het Duitse volk, gefrustreerd over de hoge werkeloosheid, de torenhoge inflatie en de sociale onrust, viel als een blok voor de charismatische Hitler en zijn beloftes over een nieuw Duits wereldrijk.

Daarom wordt de uiteindelijke schuldvraag van de Tweede Wereld Oorlog en de Holocaust wel bij de Duitse burgers gelegd; zij verkozen Hitler immers op democratische wijze tot hun leider, met hun toestemming begon hij de Tweede Wereld Oorlog, en met hun goedkeurende stilzwijgen trachtte hij de Joden in Europa uit te roeien.

Ondertussen, zo’n 60 jaar nadat de Tweede Wereld Oorlog, is het duidelijk geworden dat het beeld dat de Duitse burgers Hitler zelf zo graag wilden enigszins vertekend is. Nu weten we immers dat niet het gewone volk met Hitler dweepte, maar de elite.

De internationale elite maakten Mussolini en Hitler tot de fenomenale monsters die zij waren. Terwijl de grootindustriëlen en banken miljoenen in de fascistische partijen pompten en het Vaticaan de hen als redders omarmde, was het de oud-Europese adel die de fascistische dictators de politieke macht gaven over grote delen van Europa.

De waarheid is dat het Duitse volk helemaal niets moest van Hitler hebben, maar kreeg hem desondanks door de strot geduwd via ellenlange reclamecampagnes. Pas toen hij de economie op begon te bouwen met de miljoenen dollars die door de elite in zijn land waren gepompt begonnen de Duitsers warm te lopen.

Het was dus allesbehalve “de wil van het volk” dat Hitler aan de macht kwam en zich ontpopte tot de gesel van Europa. Integendeel. Het was de wil van de elite.

De innige band die de oud-Europese aristocratie met Mussolini en Hitler onderhield vormt een consistente rode draad in de opkomst van deze fascistische dictators. Voor de Tweede Wereld Oorlog steunde een groot deel van de adel de fascisten openlijk, flirtte met hun gedachtegoed, feestte met hen en beschouwden hen als respectabele zakenpartners.

Een aantal van de zittende vorsten speelde hen de politieke macht toe door hen, buiten de regering om, aan te stellen als staatshoofden. Daarmee leverden de koningen hun onderdanen uit aan de fascistische dictatoriale regimes die vervolgens hun stempel zo zwaar op de 20e eeuw zouden drukken.

De band tussen de oud-Europese adel en de fascistische dictators is vanaf het begin al nauw. Aan het begin van de 20e eeuw was de machtspositie van de oud-Europese adel ernstig in gevaar gekomen, en in de fascistische leiders zagen zij de redders van die machtspositie.
Het begin van de vorige eeuw was namelijk een turbulente periode voor de adel, waarin hun collectieve bestaan als nooit tevoren bedreigd werd.
De ene na de andere exotische kolonie ging verloren, staatshoofden en koningen werden aan de lopende band door Anarchisten vermoord, en toen de rook van de Eerste Wereld Oorlog was opgetrokken waren niet alleen het Austro-Hongaarse Rijk en Ottomaanse Rijk ingestort maar was bovendien de Russische Tsarenfamilie vermoord, waardoor in een klap drie oude aristocratische supermachten verdwenen waren.
Ondertussen waren overal democratisch verkozen parlementen driftig bezig via allerlei wetten de politieke macht van de adel terug te snoeien terwijl over het hele Europese continent arbeidersrellen uitbraken die vaak uitliepen in rumoerige betogingen bij de adellijke paleizen.

In deze tijd van grote adellijke onzekerheid verschenen Benito Mussolini en Adolf Hitler op het toneel. Als de zaken op hun beloop waren gelaten was het nooit wat met deze mannen geworden. Maar zij vormden een nieuwe hoop in de ogen van de adel, die wilde vasthouden aan haar oude invloed. In de fascistische leiders zag de oud-Europese aristocratie een manier om die macht veilig te stellen. Het gevolg was dat een innige collaboratie tussen de oude elite en de nieuwe sterke mannen van Europa dan ook snel van start ging.

Het innige verbond tussen de aristocratie en de fascistische dictators van Europa stortte de bewoners van het Europese vasteland in een duistere episode vol angst, grootschalige vervolgingen, armoede, geweld, ziekte en oorlog. Deze daad culmineerde uiteindelijk in de Tweede Wereld Oorlog, de grootse oorlog die het Europese continent en de wereld ooit hadden meegemaakt. Die oorlog eiste het leven van 40 miljoen mensen.

Benito Mussolini en de adel

“Fascisme (...) gelooft noch in de mogelijkheid noch in de bruikbaarheid van voortdurende vrede. Het verwerpt dus de doctrine van Pacifisme - geboren uit een ontkenning van de worsteling en een daad van lafheid in het aangezicht van opoffering. Alleen oorlog stuwt alle menselijke energie naar zijn hoogste spanning en plaatst het teken van edelmoedigheid op de mensen die de moed hebben het tegemoet te treden.” – Benito Mussolini, 1932 in de Italiaanse Encyclopedie [1]

Een jaar na het eind van de Eerste Wereldoorlog stond in Italië Benito Mussolini (1883 – 1945) op, de man die geldt als de grondlegger van het fascisme.
Mussolini was een antimarxistische radicaal met een drukpersje die via vurige pamfletten zijn visie voor een nieuwe Italiaanse staat uiteenzette. Hij wilde een militaristische machtsvorm invoeren, waarbij het leven van de burger in extreem hoge mate door de staat bepaald werd. De totalitaire machtsvorm die Mussolini voor ogen stond was gebaseerd op de glorie van het oude Romeinse Rijk, die hij in haar oorspronkelijke grenzen aan weerszijden van de Middellandse Zee hersteld wilde zien.

In 1921 richtte hij zijn radicale Nationaal-Fascistische Partij (PNF) op, die hij als ‘Il Duce’ leidde. De leden van de PNF, veelal oud-militairen, manifesteerden zich als zwart geüniformeerde knokploegen die overal in Italië lokale afdelingen oprichtten. Nog in datzelfde jaar belandde Mussolini in het Italiaanse Parlement.

Het was de Italiaanse koning die Mussolini van het ene op het andere moment tot de machtigste man van Italië maakte; nadat Mussolini in 1922 een protestmars van 50.000 fascisten naar Rome had geleid, benoemde Koning Victor Immanuel III hem prompt tot Minister President en liet hem een regering vormen.
En terwijl Mussolini alle andere politieke partijen verbood en zijn agressieve beleid begon te dicteren, knoopte Koning Victor Immanuel III gaandeweg banden aan met Duitsland, en stond zijn dochter Mafalda toe Philip von Hesse, een hoogstaande Nazi, te huwen. Hij profiteerde bovendien van Mussolini’s annexatieoorlogen; toen Mussolini Ethiopië, Griekenland en Albanië binnenviel, werd Victor Immanuel III de Koning van Griekenland en Albanië, en de Keizer van Ethiopië.

Na de Tweede Wereld Oorlog werd wel beweerd dat de machtspositie van de Italiaanse koning onder Mussolini zwak was en dat hij geen keus had dan mee te gaan in de wil van de dictator. De werkelijkheid is echter anders; de koning had macht over de dictator en toen Mussolini, na steeds ernstigere uitingen van geestelijke instabiliteit, ongeschikt werd gevonden voor zijn functie, verving de koning hem in 1943 gewoonweg door een andere sterke man. De koning stelde in Mussolini’s plaats Generaal Pietro Badoglio aan, maar maakte daarmee een ernstige inschattingsfout; de Generaal was tegen het fascisme en sloot zich aan bij de Geallieerden, waardoor de koning zijn troon verloor en de koninklijke familie gedwongen werden hals over kop te vluchten.

Net als Italië werd ook Albanië door haar eigen monarch overgeleverd aan de Italiaanse fascisten. De Koning van Albanië, Zog I, kreeg vanaf de vroege jaren ‘20 geld van Mussolini, in ruil voor invloed in het land. De koning werd echter steeds afhankelijker van het geld van de fascistische dictator, terwijl deze steeds veeleisender werd; Mussolini eiste allerlei nationale bezittingen op en besloot dat Italiaans ingevoerd zou worden op de Albanese scholen. Toen de koning weigerde aan het laatste verzoek te voldoen, vielen de fascistische troepen van Mussolini op 7 april 1939 het land binnen, en vluchtte de koninklijke familie.

Ook de Griekse Koning Georg II leverde zijn onderdanen uit aan een fascistische dictator. In 1933 wees de koning sterke man Generaal Ioannis Metaxas aan om orde te scheppen in de chaotische politieke situatie. Metaxas kondigde daarop de Noodtoestand af, stuurde het Parlement de laan uit en vestigde zijn eigen autoritaire dictatuur die hij de “Derde Hellenistische Beschaving” noemde. Metaxas sloot zich aan bij het fascistische bondgenootschap van Italië, Duitsland en Japan. Toen Mussolini echter in 1940 besloot dat Griekenland bij Italië ingelijfd moest worden, weigerde Metaxas dit en vielen de Italiaanse fascisten Griekenland binnen.

Net als de Italianen, de Grieken en de Albanezen werd ook de bevolkingen van Roemenië en Bulgarije door hun koningen overgeleverd aan het fascisme. In 1940 droeg Koning Carol II van Roemenië de macht over aan Generaal Ion Antonescu. Deze zette de koning af en lijfde Roemenië in bij de Axis of Power.
Tsaar Boris III van Bulgarije, een rigide autocraat die zijn bevolking hard onderdrukte, vatte fascistische sympathieën op en sloot zich aan bij het Axis of Power.

De inwoners van Italië, Griekenland, Albanië, Roemenië en Bulgarije werden dus door hun eigen koning overgedragen aan een fascistische dictator. Vervolgens moesten zij soms jarenlang toezien hoe hun vorst collaboreerde met deze burgervijandige regimes.
Dit werd door het volk achteraf zwaar bestraft. Uit woede over dit hoogverraad werd in Italië, Griekenland en Roemenië wettelijk vastgelegd dat de koninklijke familie er nooit meer de troon zou mogen bestijgen. De Italianen voegden daaraan zelfs toe dat de koninklijke familie zelfs nooit meer een voet op Italiaanse bodem mocht zetten.

De Adel en Adolf Hitler

Terwijl zuidoost Europa door haar monarchen in handen van werd gelegd van Mussolini en de hele schare fascistische dictators die in zijn kielzog opdoken, voelden de Britse en Hollandse koningshuizen van noordwest Europa zich meer verwant aan Hitler en zijn Nazi’s.

Het Huis van Windsor en het Huis van Oranje-Nassau knoopten voor de oorlog dan nauwe banden aan met het Nazi-regime, maar waren zich meer bewust van het effect dat dit op het volk zou hebben, en deden daarom gerichte pogingen om deze banden te verhullen.

Misschien is het feit dat beide koningshuizen van herkomst Duits zijn debet aan het feit dat zij zich zo inlieten met de Duitse sterke man. Opvallend is overigens wel dat deze twee koningshuizen als de enige twee dominante monarchieën in Europa na de Tweede Wereld Oorlog uit de bus zijn gekomen. Terwijl alle andere koningshuizen dramatisch in macht inboetten, was de macht van de Oranjes en de Windsors na WOII veel groter dan ervoor.

Het is een publiek geheim dat de Britse Koning Edward III in de jaren ’30 sterke Nazi-sympathieën had. Zo sterk zelfs dat hij ze constant openlijk ventileerde, iets wat niet goed viel bij de Britten. Gevoelig voor de publieke opinie probeerde zijn familie druk op hem uit te oefenen om zijn sympathie voor de Nazi’s voor het volk te verbergen. Uiteindelijk dwongen de koninklijke familie, de regering en de Kerk van Engeland Koning Edward III in 1936 om troonsafstand te doen. Hij werd vervangen door zijn broer, Koning George VI, de vader van ELizabeth II.

De officiele reden die over Edward’s troonafstand naar buiten werd gebracht is dat de koning wilde trouwen met de gescheiden Amerikaanse, Mrs. Wallis Simpson. Maar in werkelijkheid was het overtuigde Nazisme van de koning de oorzaak van zijn aftreden. Ook Wallis Simpson was een overtuigd aanhanger van de Nazis, en werd daarom jarenlang door de FBI in de gaten gehouden.
Nadat Edward afgetreden was en hij de titel Duke of Kent had aangenomen werd zijn nazisme zelfs vurig. Samen met zijn nieuwe echtgenote, die een nog fanatiekere Nazi was dan hijzelf, reisde hij in 1937 naar Duitsland. Daar werd het adellijke echtpaar feestelijk door de Nazi’s ontvangen. Tijdens hun verblijf gingen ze op bezoek bij Hitler, dineerden ze met Rudolf Hess en brachten ze zelfs een bezoek aan een concentratiekamp. Het gedrag van de voormalige koning bracht het Huis van Windsor zo in verlegenheid dat Edward in 1938 door de familie naar de Bahamas’s verbannen werd.

Nadat Edward III was afgetreden besteeg zijn broer George VI de troon en regeerde tot zijn overlijden in 1952, waarna hij werd opgevolgd door zijn dochter, Koningin Elizabeth II (1926).
En terwijl het bekend is dat haar oom Nazi-sympathieën had, zijn de Nazi connecties van haar echtgenoot, Prins Philip, met wie zij in 1947 trouwde, veel minder bekend.

Prins Philip (1921) staat bekend om zijn talloze tactloze en racistische uitlatingen. Officieel is hij Prins Philip van Griekenland en Denemarken, en een van de pretendenten op de Griekse troon. Prins Philip is met zijn familie uit Griekenland gevlucht vanwege de collaboratie met een hele schare foute dictators. Zijn koninklijke familie werd na de oorlog zelfs officieel door de Grieken verbannen, omdat Koning George II de fascistische dictator Metaxas had gesteund.

Van Prins Philip is bekend dat hij sterke fascistische connecties had, hoewel deze nooit echt door de pers behandeld zijn. Zo woonde hij van 1933 tot 1936 in Nazi-Duitsland, en bezocht hij daar de elitaire Schloss Salem School, toen deze door de Nazi’s gerund werd en een opleidingscentrum voor de Hitler Jugend was. [3, 4]

Bovendien huwden zijn vier zusters in 1931 en 1932 met leden van de Duitse aristocratie die bijna allemaal sterk fascistische sympathieën hadden.De echtgenoot van een van hen, Prins Christoph von Hesse-Cassel, ging in 1933 bij de NSDAP en trad uiteindelijk als SS Generaal toe tot Hitlers naaste staf, terwijl zijn broer Philip von Hesse met een dochter van de Italiaanse Koning Victor Immanuel III trouwde en optrad als officiële woordvoerder tussen de Italiaanse fascisten en de Duitse Nazi’s. Toen Prins Philip’s zuster Cecilia samen met haar man in 1937 verongelukte, werd hun begrafenis druk bezocht door hoogstaande Nazi’s.

Zo talrijk en openlijk waren de connecties tussen de Nazi Duitsland en Prins Philip dat besloten werd dat hij tijdens zijn huwelijk met Prinses Elizabeth slechts 2 bruiloftsgasten uit mocht nodigen, om te voorkomen dat er een hele schare (voormalige) Nazi’s op uitnodiging van Philip op het huwelijksfeest zou verschijnen.

Een ander Nazi-schandaal dat het Britse koningshuis plaagde speelde zich af in de jaren ’80, toen bekend werd dat de vader van Princess Michael of Kent (de vrouw van Elizabeth II’s neef) een hoogstaande Nazi was geweest; onthuld werd dat de vader, Baron Gunther von Reibnitz, een voormalige NSDAP-lid en SS-officier was geweest. En Prins Harry baarde enige tijd geleden opzien door in een Nazi uniform op een feest te verschijnen.

Net als het Britse Koningshuis heeft ook het Nederlandse Koningshuis sterke banden met leden van het Nazi-regime, maar anders dan het Britse Koningshuis konden zij niet doen alsof deze niet bestonden; zowel Kroonprinses Juliana als Kroonprinses Beatrix trouwde met voormalige Nazi’s. Juliana’s echtgenoot Bernard was lid geweest van de SS, terwijl Beatrix’s echtgenoot was lid geweest van de Hitler Jugend en had bij de Wehrmacht gediend.

Toen Juliana in 1937, met toestemming van haar moeder Koningin Wilhelmina, in het huwelijk trad, deed zij dat met een voormalige Nazi, die zich zogenaamd vol afschuw van Hitler’s regime had afgewend en in 1936 naar de Geallieerde zijde was gevlucht.
In werkelijkheid had SS-officier Bernhard zijn lidmaatschap van de SS nooit opgezegd, en werkte hij bij de afdeling bedrijfsspionage van IG Farben, het gigantische petrochemische kartel dat het overgrote deel van Hitler’s wapenarsenaal produceerde, waaronder Zyklon-B.
Nadat hij was overgelopen trad hij aan de Geallieerde kant gewoon in dienst bij de Franse tak van IG Farben.
Nadat hij lid van de bestuursraad van IG Farben in Parijs was geworden, huwde Prins Bernhard in 1937 met Kroonprinses Juliana. Op het koninklijke huwelijk waren prominente Duitsers aanwezig, waaronder hoogstaande Nazi’s. Tijdens het huwelijksfeest werd het Horst Wessel-lied gespeeld, het partijlied van de NSDAP, de partij van Hitler. Een aantal van de Duitse gasten bracht, plechtig opgesteld naast het nieuwe koninklijk echtpaar, tijdens het lied voor het oog van de camera’s de Nazi-groet.

Toen de Nazi’s in 1940 Holland bezetten, vluchtte de koninklijke familie naar Engeland om vandaar uit het verzet te leiden. Vooral Prins Bernhard zou daarin, volgens de media, een belangrijke rol spelen. Het is dankzij de rol die hij in het verzet tegen de Nazi’s speelde dat Prins Bernhard acceptatie vond bij de Nederlanders.

Vele jaren na de oorlog echter doemde daar de ongrijpbare “Stadhoudersbrief” op, een document waarover al decennia lang in journalistiek Nederland gefluisterd wordt. De Stadhoudersbrief is een document waarin Nederland aan Hitler aanboden zou zijn, in ruil voor een hoge heersende positie voor Prins Bernhard zelf binnen Nederland.
Het document, dat dateert van voor de Duitse bezetting, zou niet alleen ondertekend zijn door Prins Bernhard maar ook – en hierin schuilt misschien de ware reden voor het feit dat de brief nooit openbaar gemaakt is – door Kroonprinses Juliana.

Bernhard was een Nazi. In 1966 trouwde de oudste dochter van Koningin Juliana en Prins Bernhard, Kroonprinses Beatrix (1938), ook met een voormalige Nazi. Nu betrof het de Duitse diplomaat Claus von Amsberg (1926 – 2002), die in Duitsland tot de Hitlerjugend had behoord en bij de Wehrmacht gediend had.
Het feit dat de familie weer had gekozen voor een ‘foute’ Duitser viel niet in goede aarde bij het Nederlandse volk. Dat Beatrix uitgerekend een ex-Nazi had gekozen was de aanleiding voor de heftige rellen die zich tijdens het huwelijk van Beatrix en Claus in 1966 voltrokken. Claus zou echter tot het meest populaire lid van het koningshuis uitgroeien.

Vervolgens raakte ook de keuze voor de bruid van Prins Willem Alexander een gevoelige snaar in 2001. Toen werd bekend dat de vader van zijn verloofde Maxima Zorreguieta een minister was geweest van het 'foute' regime van Videla in Argentinie. Videla leidde de rechtse militaire junta die gekenmerkt werd door de mensen die uit helicopters werden gegooid door het leger en de veiligheidsdiensten, en wiens regentuur geboorte gaf aan de 'Dwaze Moeders'; de moeders van de vele duizenden mensen die onder Videla spoorloos verdwenen.

Al met al is het niet vreemd dat mensen in alle windstreken van Europa onderbuikgevoelens krijgen als zij hun adel zien flirten met fascistische symbolen en gedachtegoed. Het was immers niet het gewone volk die mannen als Mussolini, Hitler en Franco politieke macht verleenden, maar de koningshuizen en de adel.
De collaboratie tussen de fascisten en de adel van Europa kwam de laatste groep over het algemeen duur te staan; een paar van de belangrijkste adellijke families verloren hun aanspraak op de troon, en werden zelfs voorgoed door hun eigen volk verbannen. De macht van andere monarchen werd nog verder ingeperkt door grondwetten en regeringen.

Eigenlijk zijn er slechts twee belangrijke koningshuizen in Europa blijven bestaan die na WOII nog rijker en invloedrijker zijn geworden; het Britse en Nederlandse koningshuis. Terwijl zij hun machtsposities in de pers graag reduceren tot ‘symbolisch’ en benadrukken dat zij gewone mensen zijn als iedereen, is het een feit dat het publiek niets over hen weet behalve het zorgvuldig gecultiveerde beeld dat door de media aan het volk getoond wordt. De Nederlandse pers mag de Koningin niet citeren.

In werkelijkheid weten wij heel weinig van de huidige telgen van de oud-Europese aristocratie, wij weten niet wat zij doen, noch wat zij werkelijk denken. Wij zien slechts hun publieke imago.

Momenteel zien wij een beweging gaande in zuidoost Europa om de voormalige koningshuizen, voor eeuwig verbannen wegens hun collaboratie met de fascisten, terug in het land en de regering te krijgen. En hoewel het absoluut niet zo hoeft te zijn dat de zonde van vader op kind overgaan – het is de kinderen van NSB’ers na de oorlog overigens wel heel lang nagedragen – moet het ‘volk’ er wel beducht op zijn dat de elite door de eeuwen heen andere doelen heeft gehad dan zijzelf.

Bijna alle landen waar de monarch na de Eerste Wereld Oorlog een fascistische dictator aanstelde als leider over het volk hadden parlementaire democratieën, waarin de rol van de koning tot die van raadgever en lintjesknipper was gereduceerd.

De geschiedenis toont daarmee aan dat het naïef is te denken dat ‘eens een democratie’ altijd een democratie is, alsof met het bereiken van een democratische regeringsvorm een soort onzichtbare drempel van beschaving is overschreden waarover een terugkeer nooit meer mogelijk is. Vanuit een historisch perspectief is het bovendien allemaal nog niet zo lang geleden.

Toen de Founding Fathers de Amerikaanse Grondwet formuleerden, waren zij zich zeer bewust van het traditionele verlangen van de elite naar macht. Ze ontworpen de Amerikaanse Grondwet zo, dat het uitgesloten was dat de oude elite van Europa zich in hun nieuwe staat politieke macht zou toe-eigenen. De auteur van de Amerikaanse Grondwet, Gouverneur Morris (1752–1816), die de legendarische woorden “We, the people” formuleerde, richtte de volgende waarschuwing aan de nieuwe Amerikaanse staatsburgers:

De rijken zullen altijd streven om hun heerschappij te vestigen en de rest aan slavernij te onderwerpen. Dat hebben ze altijd gedaan. Dat zullen zij altijd doen. Ze zullen hier hetzelfde effect hebben als elders, als wij hen niet via de macht van regeringsbestuur op hun gepaste plaats houden.”





Bronnen:

Fascism – The Bloody Ideology of Darwinism”, Harun Yahya, Kultur Publishing, Turkey 2002.

Modern History Sourcebook: Benito Mussolini: What is Fascism, 1932”, Paul Halsall, 1997,
http://www.fordham.edu/halsall/mod/mussolini-fascism.html

Monarchs without Thrones”, Christopher Hurst, The Hindu, op:
www.hinduonnet.com/thehindu/lr.stories/2003080300120200.htm

Touchy subject of royal links with Nazi Germany”, Patrick Sawyer, Evening Standard, jan. 13, 2005, op:
http://www.thisislondon.co.uk/news/article-15924727-details/Touchy+subject+of+royal+links+with+Nazi+Germany/article.do;jsessionid=mZJTFTjQGphvQBf1WwCJ0lZzZmy1PyQJ44BcQF1Q7FRHrltQZ1tj!-81402767
http://www.prisonplanet.com/articles/january2005/130105royallinks.htm

FBI Probes Revealed British Royals were Fascist Sympathisers”, op:
www.propagandamatrix.com/archiveroyals.html

“Wallis Simpson, the Nazi minister, the telltale monk and an FBI plot”, Rob Evans and David Hencke, The Guardian, june 29, 2002, op:
http://www.guardian.co.uk/Archive/Article/0,4273,4451107,00.html

wikipedia en wikipedia.nl

De Stadhoudersbrief Bestaat!

door Mariella Konings

Decennia lang circuleert in Holland het gerucht over wijlen Prins Bernhard dat grote consequenties kan hebben voor de positie van het koningshuis. Het gerucht gaat namelijk dat hij bij Hitler tijdens de bezetting gesolliciteerd zou hebben. Hij zou dit gedaan hebben in de zogenaamde ‘Stadhoudersbrief’.

Prins Bernhard zur Lippe-Biesterfelt, de stamvader van het huidige koningshuis van Nederland, was tijdens zijn leven een omstreden man, zowel geliefd als verguisd bij het Nederlandse volk. Voordat hij trouwde met kroonprinses Juliana was hij in dienst van Hitler als SS-officier. Maar nog voor de oorlog uitbrak ontvluchtte Bernhard het repressieve regime, en nadat de Duitsers Holland waren binnengevallen in 1940 wierp Bernhard zich op als een van de felste strijders tegen Hitler en de Nazis. Vanuit de Geallieerde gebieden leidde hij het ondergrondse verzet tegen de bezetters, en laadde daarmee de dank van het volk op zich.

Echter, jaren na de oorlog begon het gerucht te circuleren dat Prins Bernhard tijdens de oorlog ‘fout’ was geweest en dat hij tijdens de bezetting geprobeerd had in dienst van Hitler te treden en Holland over te dragen, op voorwaarde dat hij leider van Holland mocht zijn. Deze brief, wordt de “Stadhoudersbrief” genoemd.

Terwijl het bestaan van deze brief nooit is aangetoond, circuleert het gerucht over het bestaan ervan sinds de jaren ’80, en zijn heel veel Nederlanders ermee bekend.

Voor en tijdens de oorlog onderhield Bernhard contact met zijn moeder Armgard en zijn broer Aschwin in Nazi Duitsland via een brievenwisseling, die onder meer langs het Vaticaan liep (1), zoals via internuntis Paolo Giobbe, de diplomatieke vertegenwoordiger van de Paus in Amsterdam. Toen de Duitsers Holland bezetten, keerde Giobbe terug naar Vaticaanstad terwijl de Jezuieten de taak op zich namen om Bernhard’s correspondentie naar het Vaticaan te sluizen. Van daaruit werd zijn post hoogstwaarschijnlijk door de openlijke nazi internuntius in Berlijn, Cesare Orsenigo, overgebracht, niet alleen aan Bernhard’s familie maar ook berichten aan Himmler en Hitler zelf.

In 1969 publiceert De Telegraaf een selectie uit de memoires van de voormalige Abwehr officier Richard Gerken, die een belangrijke positie had in de militaire inlichtingendienst. De toenmalige adjunct-hoofdredacteur van de Telegraaf, Jan G. Heitink, drukte bij die gelegenheid het eerste blad van die memoires achterover, omdat die de naam van een Nederlandse informant van Gerken bevatte die met een laagje lak was verhuld en daardoor waarschijnlijk makkelijk te achterhalen.
De interne “geheime dienst” van De Telegraaf onderzocht het document vervolgens, en was in staat de gecensureerde naam te achterhalen. Gerken’s informant bleek generaal Hasselman te zijn (codenaam Brunhilde), die tijdens de oorlog werkzaam was bij de Generale Staf in Den Haag.

Toen de Telegraaf dit nieuws echter wilde publiceren, werd het ‘van boven af’ tegengehouden omdat de naam van Hasselman ‘in verband met Bernhard gebracht kon worden’.

Een mogelijk verband met Bernhard liet Jan Heitink, toenmalig adjunct-hoofdredacteur van de Telegraaf, niet los. Behalve journalist en gerenommeerd redacteur van de grootste krant van Nederland was Heitink als correspondent in Parijs werkzaam geweest voor de Franse inlichtingendienst, en onderhield sindsdien goede contacten met hen.
In 1981 ging Heitink dan ook naar het hoofdkwartier van de geheime dienst in Parijs, “La Piscine”, om een duidelijker beeld te krijgen van eventuele verbanden tussen Hasselmans en Bernhard.
Ton Biesemaat, onderzoeksjournalist, schrijft in ‘Must’ in 2005: “Heitink krijgt op het hoofdkantoor de schrik van zijn leven. Men laat hem volgens een op 2 juni 2003 ondertekende verklaring van Heitink zelf (…) de stadhoudersbrief te zien.” (2) De brief was gedateerd 24 april 1942.

Terwijl Heitink geschokt de Stadhoudersbrief bestudeert, raadden de Franse hem aan te gaan praten met Michael Graf Soltikow, die tijdens de oorlog bij de Abwehr had gewerkt en die in 1981 in zuid Frankrijk woonde. Tijdens de oorlog had Soltikow een netwerk van infiltranten en informanten gerund, en Bernhard’s moeder Armgard en haar minnaar Kolonel Pantchoulidzev hadden tot zijn informanten gehoord.
Tijdens de oorlog had Soltikow delen van de briefwisseling tussen Bernhard en zijn familie in Nazi Duitsland onderschept. In het gezelschap van een lid van de Franse geheime dienst overlegde Soltikow een aantal brieven van Bernhard aan Heitink. Uit de correspondentie met zijn familie in Duitsland, blijkt dat Bernhard een overtuigd Nazi was die in de vertrouwelijke correspondentie zijn trouw aan Hitler uitte.

Zo beschreef Heitink een brief van Bernhard aan zijn moeder: “… en een brief (d.d. begin april 1940) waarin hij na de val van de Noorse ertshaven Narvik, een maand voor Nederland werd aangevallen, zijn vreugde over die val uit. Hij had n.l. gevreesd dat Narvik niet veroverd zou worden, en dan schrijft hij ‘dat hij nu het liefst voor beide vrouwen (kon. Wilhelmina en prinses Juliana) luidkeels ‘Heil Hitler’ zou hebben geroepen’.” (2)

Solitkow wist overigens niets van de Stadhoudersbrief, maar was goed bekend met het Stadhoudersplan. Volgens hem was dat van september 1939 tot mei 1940 uitgedacht, ontsproten aan het brein van Pantchoulidzev.

Het bezoek aan La Piscine en Soltikow laat bij Heitink een bittere nasmaak achter over Bernhard. Hij had de Stadhoudersbrief onder ogen gekregen en geconstateerd dat het gerucht waar was – zoals in Nederland wordt beweerd. Bovendien constateerde Heitink dat Prins Bernhard de brief zelf had ondertekend. Bernhard was dus een overtuigd Nazi gebleven, en had geprobeerd Nederland officieel aan Hitler over te dragen.

Maar de reden dat de brief zo hardnekkig verborgen gehouden moet worden is niet omdat de brief inderdaad bestaat en Bernhard hem inderdaad heeft ondertekend. De Stadhoudersbrief heeft een ander geheim.

Het geheim van de Stadhoudersbrief is dat er nog een andere handtekening onder de brief stond. Ton Biesemaat, onderzoeksjournalist, schrijft in ‘Must’ in 2005: “Heitink krijgt op het hoofdkantoor de schrik van zijn leven. Men laat hem (…) de stadhoudersbrief te zien. De stadhoudersbrief is ondertekend door Juliana en Bernhard. De brief is niet groter dan een A5 – een kattebelletje – met het logo van de prins erop voorgedrukt.” (2)

De Jezuieten, ondertussen, verantwoordelijk waren voor het feit dat de Stadhoudersbrief bij Hitler belandde, waren ook betrokken bij de terugkeer van de Stadhoudersbrief. (1) De brief is aan het eind van de oorlog onder hun hoede vanuit Berlijn door een Nederlandse spion het land uitgesmokkeld. Uiteindelijk belandde de Stadhoudersbrief bij de Franse inlichtingendiensten, maar zou mogelijk tegenwoordig bij de Amerikaanse inlichtingendiensten bewaard worden.

Nadat bekend werd dat Heitink in 2003 een ondertekende verklaring had afgelegd over de Stadhoudersbrief, werd hij onder grote druk gezet om zijn verklaringen in te trekken. Desondanks zweert Heitink dat hij de Stadhoudersbrief bestaat en dat hij hem met eigen ogen heeft gezien.

Overigens kunnen wij hoogstwaarschijnlijk binnenkort een interessante onthulling verwachten. In 1982 nam een bevriende medewerker van de CIA contact op met Jan Heitink en vertelde hem dat de “Holland-documenten in onze archieven vrijgegeven zullen worden in maart, 17 maart 2008, gegeven dat Juliana & Bernhard dan allebei drie jaar dood zijn, anders zal het wat langer duren.”

Wat de “Holland documenten” waren kon de CIA agent niet zeggen, maar hij voegde toe: “Het zal zekere gevolgen hebben. we vinden dit niet leuk om te doen, maar het is onmogelijk om onze mond voor eeuwig dicht te houden.” (2)




Bronnen:

(1) “Bernhards stadhoudersbrief bestaat!”, Ton Biesemaat, Must Magazine, Nr.3, februari/maart 2005.

(2) “De agent van de Republique Francaise en de Stadhoudersbrief”, Ton Biesemaat, Must Magazine, Nr.3, februari/maart 2005.

PKK: Terreur op de camping

door Mariella Konings


Op 12 november 2004, 10 dagen na de moord op Theo van Gogh, werd op een vakantieboerderij c.q. camping De Mus’donck in Liempde, Noord Brabant, op een mistige ochtend een trainingskamp van de Koerdische terreurorganisatie PKK opgerold. Bij de politie actie waren 200 agenten betrokken, en werden de wegen rondom de boerderij hermetisch afgegrendeld terwijl de ME een groot gedeelte van het omringende gebied afzegelde.

De Nationale Recherche had de activiteiten enkele weken in de gaten gehouden voordat men tot actie overging. Omroep Brabant meldt: “Op de camping werden de volgelingen van de Koerdische verzetsbeweging voorbereid om aanslagen te plegen in Turkije.”

Terwijl jonge 28 Koerden en de campingbeheerder werden aangehouden, werd de camping grondig doorzocht. Dit leverde, behalve kleding voor verzending, onder meer nachtkijkers, (valse?) identiteitsbewijzen en een vuurwapen op, evenals een hoeveelheid propaganda materiaal van de PKK, de Koerdische terreurgroep die de afgelopen decennia herhaaldelijk de strijd met de Turkse regering heeft aangebonden.

De jonge Koerdische arrestanten, die allemaal de Turkse nationaliteit hadden, bleken op de camping een training te volgen in “politieke scholing”, “speciale oorlogsvoering” en “militante persoonlijkheidskenmerken”.

Ze waren enige tijd in de gaten gehouden voordat de politie overging tot de grootschalige inval. De vermoedens bestonden dat de deelnemers aan het PKK trainingskamp in Liempde na afloop naar Armenie zouden vliegen, waar zij vervolgens aan de gewapende PKK-opstand tegen Turkije zouden gaan deelnemen.

Na de inval op de camping in het landelijke Noord Brabant wilde het CDA de PKK tot een verboden terroristische organisatie verklaren.
Hoewel de PKK eerder dat jaar op de EU lijst van verboden terroristische organisaties was geplaatst, had de Nederlandse regering getreuzeld om die EU lijst te erkennen. Minister van Justitie Donner was van mening dat als organisaties als de PKK tot verboden terroristische groepen werden bestempeld, de “grondrechten van de burgers” in het gedrang zouden komen.

Wat er vervolgens na de aanhoudingen met de Koerdische arrestanten gebeurde is niet geheel duidelijk. Volgens Elsevier, een week later, waren 18 arrestanten vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs, terwijl 9 arrestanten voor tien dagen onder arrest waren geplaatst, en 2 personen overgedragen aan de vreemdelingenpolitie. Omroep Brabant berichtte nog een week later dat van de 31 arrestanten er slechts 2 waren vrijgelaten, en dat van de rest de hechtenis was verlengd.

En toen laaide in 2007 het gewelddadige conflict tussen Turkije en de PKK na jaren op, nadat de terreurorganisatie besloten had haar terreurcampagne tegen de Turkse staat te hervatten. De PKK dreigde ondermeer om toeristische trekpleisters tot doelwit te maken, zoals zij ook in het verleden had gedaan. De Turkse autoriteiten arresteerden vervolgens een aantal verdachten. Onder hen bevonden zich tevens een aantal van de Koerden die eerder op de camping in het Noord-Brabants Liempde waren gearresteerd.

Op 22 mei pleegde de PKK een bomaanslag in de hoofdstad Ankara. Hierbij vielen tien doden, incluis de dader van de zelfmoordaanslag. Nadat hij geidentificeerd was bleek dat ook deze dader getraind was op de camping in Liempde.


bronnen:

“Recherche doet inval in trainingskamp PKK in Liempde”, 12 nov. 04,
http://www.tiscali.nl/content/article/nbinn/541131.htm

“PKK-trainingscentrum in kampeerboerderij Mus’donck”, 12 nov. 04,
http://www.brabantscentrum.nl/nieuws/0446_pkk.htm

“CDA wil PKK in Nederland verbieden”, NOS, 12 nov. 04,
http://www.nos.nl/nieuws/artikelen/2004/11/12/pkk_brabant.html

“12/11 Onderzoek Nationale Recherche naar PKK: 29 verdachten aangehouden”, Politie Brabant-Noord, 12 nov. 04,
http://www.politie.nl/brabant-noord/nieuws/1211_onderzoek_nationale_recherche_naar_pkk.asp

“PKK: marxisten, nationalisten en criminelen”, De Telegraaf, 12 nov. 04,
http://www.telegraaf.nl/binnenland/15566551/PKK:_marxisten__nationalisten_en_criminelen.html

“PKK gecriminaliseerd om verbod te rechtvaardigen”, NCPN,
http://www.ncpn.nl/rtckl/index.php?a=8215&r=148

“Meeste PKK verdachten weer vrijgelaten”, Elsevier, 19 nov. 04,
http://www.elsevier.nl/nieuws/nederland/artikel/asp/action/do.login/artnr/11290/reageer/ja/index.html

“Eigenaar camping Liempde nog verdacht in PKK-zaak”, Omroep Brabant, 24 nov. 04,
http://www.omroepbrabant.nl/news.aspx?id=36172

“PKK-terreur bedreigt trip naar Turkije”, Joost de Haas, De Telegraaf, 13 oktober 2007, http://www.telegraaf.nl/binnenland/72844221/PKK-terreur_bedreigt_trip_naar_Turkije.html?p=17,1

Bergwolven in Schaapskleren

Op 10 april 2004, een jaar na het uibreken van de oorlog tegen Iraq, vertrekt een delegatie van de Socialistische Partij naar Irak. De delegatie bestaat uit SP Senator Tiny Kox; Hans van Heijningen (medewerker van de SP- Tweede Kamerfractie, ex-directeur van Stichting XminY); SP’er Faisal Nasser, en SP partijbestuurder Serdar Dosky.

Overigens is het voor het thuisfront in het geheel niet duidelijk wat de SP delegatie precies gaat doen daar in het verre noord Irak. Op het moment dat de delegatie vertrekt is de missie onduidelijk, alhoewel de SP verklaart zelf dat het om een zogenaamde “fact finding mission” gaat. (1)

Voor SP partijbestuurder Serdar Dosky had het bezoek aan Irak een persoonlijke meerwaarde; het is namelijk zijn geboorteland. SP partjbestuurder Serdar Dosky is een Irakese Koerd die gedwongen werd te vluchten voor het regime van Saddam Hussein, en zo in Nederland terecht was gekomen.
Maar niet alleen voor Dosky is het een indrukwekkende reis; ook de andere delegatieleden doen interessante indrukken op en hun impressies beschrijven zij in hun webverslagen op bloemrijke wijze. Het grote avontuur begint bij de Turkse grensovergang naar noord Irak, zo lezen we: “Terwijl in de stad verderop twee Koerdische activisten doorgemarteld worden, bekt de potige douanechef aan de grens zijn ondergeschikten af, terwijl hij de grenspasseerders – dus ook ons – tilt waar we bij staan.” (2)

Ook is daar die nare taxichauffeur, “waarschijnlijk de neef van de douanechef die niet wil deugen”, (2) pent de begrijpende SP gedelegeerde in het weblog, die de reis verstiert. Maar ondanks alle ellende geschiedt er blijkbaar ook een wonder, want “met hulp van Allah en de maagd Maria rijden we Iraaks Koerdistan binnen” (1) (2)

Het blijkt een aangename verrassing: “Onze eerste indrukken van Iraaks Koerdistan zijn positief. Er wordt in ieder geval hard gewerkt (…) en ondanks de relatieve armoede op sommige plaatsen is het geen smerige bende. De regio doet prettig aan: bomen (!), een glooiend landschap, geen vuilnisbelten en geen open riolen.” (1) (2)

Men zou dan ook bijna vergeten dat het land in oorlog is. Onder de kop “Irak, je moet er geweest zijn” schrijven Van Heijningen en Kox: “De berichten van vandaag geven de indruk dat de oorlog in Irak opnieuw oplaait. In het grootste deel van het land is het echter veel rustiger dan de tv-beelden doen vermoeden. Onze indruk is dat de meeste Irakezen vandaag naar hun werk of naar school zijn gegaan, het huishouden hebben gedaan en bij het bekijken van de nieuwsberichten tegen elkaar gezegd hebben: "Wat een zooitje zeg, het lijkt wel of het nooit ophoudt.” (1)
Een opmerkelijke conclusie, aangezien de delegatie vanwege veiligheidsvoorschriften alleen Irakees Koerdistan mocht bezoeken. In dit gebied is het relatief rustig sinds 1991. De geplande bestemmingen in de Soennitische en Shiitische gebieden, waaronder een bezoek aan Nederlandse soldaten, werden afgelast vanwege de veiligheidssituatie.

Maar de delegatie heeft terplekke wel degelijk last van de oorlog, en weet daarom hoe het is om met de Iraki’s te lijden: “En ondertussen zuchten de mensen hier in Irak. Wij hebben er ook last van, van de terroristische zelfverzekerdheid en de Amerikaanse onmacht” (1)
De SP functionarissen op avontuur geven blijk van diep inzicht in de situatie ter plekke: “De Amerikaanse aanpak werkt niet - en is op termijn dus uiterst gevaarlijk.” (1) Hiermee wordt volledig aan het feit voorbij gegaan dat voor miljoenen Irakezen de situatie al zeer gevaarlijk was vanwege de oorlog, volgens kenners nog erger dan de Vietnam oorlog, en het feit dat de Amerikanen zonder scrupules het land bedelven onder een tapijt van bommen en dit vervolgens “het brengen van democratie” noemen. Het verarmd uranium waarvan de kogels en raketkoppen van gemaakt zijn waaronder de Irakis bedolven zijn is overigens op termijn inderdaad uiterst gevaarlijk.

Maar volgens de bloggende SP’ers in Irak wordt de Amerikaanse aanpak op de lange termijn gevaarlijk omdat: “Ze kan leiden tot een sji'itische machtsovername of tot een jarenlange durende strijd tussen Amerikaanse troepen en internationale terroristen, temidden van een gaandeweg weer moedeloos wordende bevolking.” (1)

Er staan een aantal ontmoetingen op de agenda, voornamelijk met Koerdische politieke partijen en belangenorganisaties. Van Heijningen en Kox sommen in hun webverslagen op wie de 2004-delegatie allemaal ontmoetten: Khadir Khachac, KDP voorzitter van de regio Duhok; Chamien Rashid, voorzitster van de Koerdische Vrouwenorganisatie; Hamied Madjied, leider van de Communistische Partij; De Koerdische Minister Binnenlandse zaken regio Erbil; De directeur van het Halabja Herdenkingscentrum; Rashied Karid, bestuurslid van de Islamitische Vereniging van Koerdistan (KIU); Barham Saleh, PUK, Premier van noordoostelijk “Koerdistan”; en Jassim al-Helfi, waarnemend lid van de Irakese interrim-regering. (1)

Het was dus duidelijk dat het bezoek van de SP geheel in het teken van Koerdistan zou staan.

“Onze Serdar”

Voor Serdar Dosky, SP regiobestuurder Noord-Holland Midden, heeft de reis een bijzondere emotionele waarde. Het is de eerste keer dat hij terugkeert naar zijn land van geboorte sinds hij het in 1995 ontvluchtte.

Het verhaal van Serdar Dosky (1973) is opmerkelijk. (3) In 1995 belandden Serdar Dosky en zijn familie in Nederland en kregen als politiek vluchteling de A-status. Ze waren gedwongen geweest Irak te onvluchten vanwege het wrede regime van Saddam Hussein.
Nog geen tien jaar later, in 2003 werd Serdar Dosky de SP regiobestuurder van Noord-Holland Midden. Het jaar erop bezocht hij met zijn partij zijn geboorteland en stelde zichzelf bovendien verkiesbaar voor de EU verkiezingen.
Daarmee is Serdar – net als Ayaan – het toonbeeld van een succesverhaal zoals wij dat graag in het westen hoten; van berooid vluchteling afkomstig uit een van de wreedste dictaturen ter wereld had hij zich uit de ellende omhoog geworsteld en zich, met de mogelijkheden die de westerse samenleving hem boden, ontpopt tot een succesvol strijder voor de mensenrechten.

In interviews en artikelen beschrijft de Koerdische Serdar zijn ervaringen als negenjarig jongetje, als in 1981 alle mannelijke leden van zijn familie boven de 14 jaar gevangengezet worden. Dit gebeurde nadat een oom de bergen was ingetrokken om zich bij de Peshmerga te voegen en te vechten tegen het regime.
De komst van het leger die zijn mannelijke familieleden weghaalde viel voor Serdar samen met de eerste keer dat hij daadwerkelijk met eigen ogen een Peshmerga zag. Die dook toevalligerwijs op aan zijn bed, en vertelde hem een verhaaltje voor het slapengaan. Diezelfde nacht viel het leger het dorp binnen, en was de kleine Serdar - tussen de spleten van zijn oma’s vingers door - getuige hoe een Irakese officier zeven mannen uit het dorp doodschoot.

Nadat zijn mannelijke familieleden in de gevangenis waren gezet moest Serdar daar maandenlang drie maal per dag naartoe om hen van eten en andere benodigdheden te voorzien terwijl zijn moeder alle spullen van de gevangen familieleden waste. Iedere maand kwam de geheime dienst hun huis controleren. Serdar groeide op terwijl mensen om hen heen verdwenen of gemarteld werden, en iedereen op zijn woorden moest passen.

In 1988, als Serdar 17 jaar is vindt in Halabja* het vergassingsdrama plaats. Dan worden de inwoners van dit Koerdische dorp het slachtoffer van een aanval met gifgas. Naar schatting overleden vele honderden dorpelingen, en de opnames die vlak daarna gemaakt werden tonen straten vol met dode mensen, ouderen, vrouwen, kinderen, zuigelingen, en zijn ondertussen wereldberoemd.
De ontzetting onder de Koerdische Irakezen over Halabja was groot, en velen van hen trokken de bergen in om zich daar aan te sluiten bij het gewapende verzet tegen Saddam. Serdar is op dat moment te jong om zich bij hen te voegen, en zijn familie vindt het beter dat hij studeert omdat hij zo meer voor de Koerden kan bereiken.

In datzelfde jaar, 1988, zette Saddam zijn verschrikkelijke al-Anfal offensief (“Oorlogsbuit”) in, waarbij duizenden Koerdische dorpen met de grond gelijk werden gemaakt en honderdduizend Koerden werden afgeslacht.
Dan breekt de Golf Oorlog uit, en steunen de Amerikanen de Koerden openlijk. Serdar en zijn familie raken betrokken bij een anti-Saddam opstand, die er uiteindelijk in resulteert dat Saddam zijn troepen uit noord Irak weghaalt.
De noordelijke regio van Irak wordt een no-flight zone van de VS komt, en de macht van Saddam is er gebroken, waarna er voor de mensen daar een periode van relatieve welvaart en veiligheid aanbreekt. Serdar studeert ondertussen Politieke Wetenschappen.

Desondanks blijft het gevaarlijk in noord Irak. Serdar ontsnapte hij drie maal aan een moordaanslag, en in 1994 werden twee van zijn neven vermoord. Het jaar daarop vluchtten hij en zijn familie naar Nederland. Hier kreeg Serdar Dosky in 1995 de A-Status, waarmee zijn status als politiek vluchteling erkend wordt.
Hij deed moeite om de Nederlands taal te leren, en begon voor vluchtelingenorganisaties en de Arabische krant Al-Jisr (uitgegeven in Den Haag) te werken. In 1999 werd hij lid van de SP, en enige jaren later, in 2003 trad hij toe tot het partijbestuur van de SP als regiobestuurder Noord-Holland Midden. In 2004 nam hij deel aan de SP delegatie naar noord Irak, en stelde hij verkiesbaar voor de EU verkiezingen (met teleurstellend resultaat).

Serdar Dosky, en mensen als hij, zijn het bewijs dat kansloze individueen uit repressieve regimes op succesvolle wijze zichzelf kunnen ontworstelen aan hun ellende en zich vervolgens in alle veiligheid – bij ons - hard gaan werken voor diezelfde vrijheid in het gebied dat zij achterlieten. In euro-westerse democratieen krijgen verdrukten een stem en de mogelijkheid een verschil te maken.

De schijn bedriegt echter, net zoals indertijd met Ayaan, die helemaal geen berooide vluchtelinge bleek te zijn die ontsnapt was aan een bloederige burgeroorlog, maar iemand uiit een gepriviligeerde familie die veilig in Kenya was opgegroeid en met een VN beurs haar opleiding volgde, en vervolgens in aanraking was gekomen met de Moslim Broederschap waardoor ze in een extremistische fundamentaliste was veranderd. Niet lang daarna kwam zij naar Nederland, en nog geen 10 jaar later zat zij in de landelijke politiek.

Hetzelfde geldt voor het verhaal van Serdar Dosky. Dosky’s familie is nauw gelieerd aan de Barzani-clan en aan de Peshmerga. Als er blijk is van Peshmerga activiteit in het gezin van Dosky – er verschijnt immers zomaar een Peshmerga aan zijn bed die een verhaaltje vertelt – valt het leger het dorp waar hij woont binnen en haalt zijn oudere mannelijke familieleden weg. Serdar groeit vervolgens op onder het totalitaire regime van Saddam, maar vlucht pas weg uit noord-Irak vier jaar na de Golfoorlog, als Saddam zijn machtspositie in het noorden heeft verloren en de Koerden onder bescherming van de Amerikanen staan. Het valt op dat een aantal prominente Koerdische vrijheidsvoorvechters in Europa en de VS pas jaren na de Golf Oorlog uit noord-Irak – of zoals ze zelf zeggen ‘Koerdistan’ – zijn gevlucht voor Saddam. Het is waarschijnlijker dat zij gevlucht zijn voor het fenomeen dat de Koerdische gemeenschappen in tijd van vrede kenmerkt; namelijk het massale geweld dat er dan onderling ontstaat als de Koerdische clans met elkaar gaan rivaliseren en hun wapens op elkaar richten.

Het is een misverstand te denken dat de verschillende bevolkingsgroepen in Irak leven aan de hand van de scheidslijnen die na 1991 op hun landkaart zijn aangebracht. Het land is bijzonder gemeleerd van samenstelling en de meeste Koerden in Irak wonen nog altijd in en rond Baghdad, terwijl noord Irak naast de Koerden ook grote gemeenschappen van soennitische en sjiitische Arabieren, Turkmenen, Assyriers en Armeniers kent; bevolkingsgroepen die al duizenden jaren samenleven in de regio.

Voor Serdar Dosky bleek het bezoek met de SP in april 2004 een vruchtbare wegbereider voor verdere activiteiten ten behoeve van de Koerdische staat, alhoewel niet duidelijk is of hij dit zelfstandig deed of namens de SP.
In ieder geval was hij op 19 september 2004 terug in wat hijzelf consequent “Koerdistan” blijft noemen. De aanleiding daartoe was naar eigen zeggen een samenloop van omstandigheden. (4)

Serdar had beslist dat hij nodig eens op vakantie moest, en besloot een neef te bezoeken in Griekenland. Vlak ervoor belde zijn vader, die voor het eerst sinds jaren in Koerdistan op vakantie was; hij had hartklachten en de dokter had hem gezegd dat hij hartmedicijn nodig had, maar dat was terplekke niet voorradig. Serdar’s vader wilde daarom dat iemand uit Nederland het medicijn kwam brengen.
Terwijl de familie debatteerde over wie er moest gaan kreeg Serdar vanuit Koerdistan het bericht dat zijn beste vriend was overleden, en besloot hij zelf af te reizen naar Koerdistan.

Deze dramatische samenloop van omstandigheden wordt door Dosky beschreven onder de titel “Het was geen vakantie in Koerdistan”. (3)
Na aankomst besteedt Serdar twee dagen aan een condoleancebezoek bij de familie van zijn overleden vriend: “Daarna besloot ik mijn familie en vrienden te bezoeken en rust te nemen.”
Van rust blijkt echter geen sprake; Serdar haalt Judith Neurink en Rommert Kruithof op van het vliegveld, twee Nederlandse journalisten met wie hij naar aanleiding van zijn SP bezoek had gesproken over het geven van een “doorlopende journalistieke cursus”. Dosky: “Omdat ik ook journalist ben, ga ik ook lesgeven in de cursus.” (4)

Twee weken lang onderwijst hij Koerdische studenten, is hij gespreksgast op Kurdistan TV, wordt hij twee keer geinterviewd op de radio, eenmaal zelfs een uur lang. Bovendien pleegt hij allerlei bezoekjes aan organisaties die de SP eerder bezocht, en werd hij ontvangen door een aantal Koerdische hoogwaardigheidsbekleders.
Zo bezoekt hij naar eigen zeggen Nechiryan Ahmed, de Gouverneur van Duhok; hij bezoekt het Koerdische Parlement in Erbil; Massoud Barzani, leider van de KDP en de hoogste Koerdische leider van Irak; Fadil Mirani, algemeen secretaris van de KDP; en Prins Tahsin Beg, de leider van de Yezidi-Koerden. Van een aantal van die ontmoetingen zet Dosky trots de foto’s in zijn webverslag (4)

De broodnodige vakantie waar Dosky, waarvan de bestemming beslist werd door vaders hartmedicijn en de begrafenis van zijn beste vriend, wordt druk besteed met het onderwijzen van studenten, mediaverschijningen geven en politiek lobbyen met hoogstaande Koerdische machthebbers. Het was dus inderdaad geen vakantie in Koerdistan.



De Barzani-clan: vrijheidsstrijders of seperatisten?

Net als in het geval van “onze Ayaan” is Serdar Dosky helemaal niet afkomstig uit een doodnormaal gezin dat hun huis moest ontvluchten omdat ze anders vermoord zouden worden door vijandige regeringstroepen. De vork zit ietwat anders in de steel.

Dosky is zelfs vrij open over zijn familie achtergronden. Zo meldt hij dat zijn hele familie lid is van de KDP, de politieke partij van Massoud Barzani, de machtigste Koerd van Irak. (2) hij heeft connecties. Zodra de SP delegatie Koerdisch Irak arriveerde, kreeg zij een VIP behandeling van de KDP. (1) (2)

En niet alleen stond het SP bezoek opvallend in het kader van Barzani’s KDP; de Peshmerga milities verzorgen de veiligheid van de SP gedelegeeren tijdens hun ‘fact finding mission’ in noord Irak. Zo citeert Jan Marijnissen in zijn SP-weblog Tiny Kox, die hem over de veiligheidssituatie van de deelnemers zei: “Onze hele reis wordt voortdurend begeleid door de mensen van de democratische Partij van Koerdistan (Barzani) en de PUK (Talabani).” (5)

Zelf schrijven van Heijningen en Kox over hun verblijf in Irak: “We kregen daarbij permanente begeleiding en bescherming van de politie en de milities van de regionale Iraaks-Koerdische regeringen.”(1)

Misschien is het niet verwonderlijk dat de bezoeken van de SP en SP bestuurslid Dosky aanzienlijk in het teken van de KDP en de Peshmerga stonden. Dosky schrijft immers zelf:
Mijn hele familie was peshmerga (partizaan) en mijn opa was een soort kolonel, onder de Koerdische Leider Mostafa Barzani.” (3)

De banden die Dosky van oudsher met de KDP blijkt te hebben zijn veelbetekenend. Twee Koerdische partijen domineren namelijk in Iraq: de KDP van Barzani en de PUK van al-Talabani. Beiden zijn het ‘politieke partijen’ die er hun eigen milities op nahouden; de Peshmerga.

De KDP (Kurdistan Democratic Party) van Massoud Barzani telde volgens de BBC in 2003 ongeveer 25.000-30.000 Peshmerga strijders. De PUK (Patriotic Union Party) van Jalal al-Talabani bestond volgens de BBC in datzelfde jaar eveneens uit 25.000-30.000 Peshmerga strijders. Alle acties van beide partijen staan in het kader van het Koerdisch separatisme.

De KDP (Koerdische Democratische Partij) is synoniem aan de familie Barzani.. De partij werd opgericht door Mustafa Barzani op de dag dat zijn zoon Massoed geboren werd, die in 2006 de president van Iraq is.

Voor veel huidige Koerden heeft Mustafa Barzani (1903-1979) een mythische status. Hij sloot zich op jonge leeftijd aan bij de Peshmerga en groeide uit tot de vader van het Koerdisch nationalisme. Onder Mustafa Barzani verenigden de Koerden zich om te vechten voor het utopische Koerdistan., en onder zijn leiding begonnen ze de ene na de andere gewapende opstand te lanceren tegen het zittende regime in Irak. Bovendien is hij in 1946 de stichter geweest van de kortstondige Koerdische republiek in Iran.
Om Mustafa Barzani draait een persoonlijkheidscultus; hij wordt vereerd als de Legendarische Vrijheidsstrijder van Koerden. Hij kreeg 10 zonen, onder meer Idris Barzani (1943-1987), en Massoed Barzani (1946). De laatste is momenteel President van de autonome Koerdische regio in Irak.
Beide zoons van de ‘legendarische’ Mustafa hebben een belangrijke rol gespeeld in de verbreiding van het nationalistische en separatistische gedachtegoed van hun vader. Zowel Idris als Massoud vervulden een leidende rol in de KDP en de Koerdische vrijheidsstrijd. Vooral Idris, die een belangrijke leider van de Peshmerga was, heeft in de ogen van Irakese Koerden een status die bijna gelijk is aan die van zijn legendarische vader. Idris was tevens het hoofd van de interne Koerdische veiligheidsdienst, en Massoud speelt sinds het begin van de Irak oorlog in 2003 voortdurend een leidende rol in de nationale politiek van Irak.

Mullah Massoed Barzani is sinds 1974 de leider van de KDP, en momenteel President van Irakees Koerdistan. Hij is om tactische redenen momenteel een fervente voorstander van Koerdisch zelfbestuur binnen Irak in plaats van een onafhankelijke Koerdische natie. Ook is hij een grote voorvechter om de Koerden hun grond terug te geven dat ze verloren hebben in het al-Anfal offensief van Saddam eind 80’er jaren.

De Barzani-clan is de grondlegger van het seperatistische Koerdisch nationalisme in Irak. De ene na de andere opstand tegen de regering vloeit van deze omvangrijke clan uit. De term ‘Democratisch’ in de naam KDP is echter een holle term, want de partij wordt geleid door tribalistische krijgsheren.
In feite scheidde Jalal al-Talabani, de leider van de andere grote Koerdische partij de PUK, zich in 1974 van de KDP af en zette een modernere variant van de KDP op poten om tegenwicht te bieden aan Barzani’s tribalisme. Anno 2006 is al-Talabani echter de tweede grootste warlord van Irak, en zowel hij als Barzani rekenen de vele tienduizenden Peshmerga tot hun persoonlijke leger.

Tussen de KDP en de PUK bestaat van oudsher een felle concurrentiestrijd, maar sinds een aantal jaren hebben zij zich verzoend om samen te werken aan een Koerdische staat.
En onze Serdar? Diens grootvader was “een soort kolonel” onder Mustafa Barzani en enkele decennia later brengt Serdar zelf een bezoek aan Mustafa Barzani’s zoon Massoed.

Massoed Barzani werkt niet aan een onafhankelijke Koerdische staat maar is een fervent voorstander van Koerdisch zelfbestuur binnen een federale Irakese regering, een situatie die in alles behalve naam gelijk is.


“Klaar om te sterven”

Mijn hele familie was peshmerga (partizaan) en mijn opa was een soort kolonel, onder de Koerdische Leider Mostafa Barzani” schrijft Serdar Dosky. (3)

Dosky neemt herhaaldelijk het woord ‘partizanen’ in de mond als hij over de Peshmerga praat, en doet zo voorkomen alsof de Peshmerga vrijheidsstrijders zijn die voor een rechtvaardige zaak vechten; namelijk hun eigen Koerdische staat. De waarheid is dat de Peshmerga een geindoctrineerde, gewelddadige militie is, getraind om te vechten en om als doodseskader op te treden.

De Koerden, een bergvolk, zijn gehard en staan bekend om hun krijgslust. Hoewel de Koerden een lange krijgstraditie hebben – voor het eerst genoteerd in de 7e eeuw voor Christus – is de het fenomeen van de Peshmerga historisch gezien zeer recent; ze zijn pas ontstaan in de jaren ’20 van de vorige eeuw, tijdens de Eerste Wereldoorlog.
De Winkler Prins Encyclopaedie – jaargang 1951 – vermeldt de volgende zinsnede over de Koerden: “Tijdens Wereldoorlog I werden ze door de Turkse regering tegen de Armeniers opgehitst. Tienduizenden Armeniers zijn toen door hen vermoord.” (6)

Direct na de Eerste Wereldoorlog is de Peshmerga opgericht uit de Koerdische doodseskaders die Armeniers in Turkije hadden gezuiverd. De naam Peshmerga betekent zoveel als “zij die de dood in de ogen kijken,” of “zij die klaar zijn om te sterven”.

De Peshmerga is opgericht met behulp van de Britse veiligheidsdiensten die hen trainden, financierden en bewapenden. Hoogstwaarschijnlijk speelden ze tijdens de 20e eeuw een leidende rol bij het beheren van de smokkelroutes die door de gebergten van Iran, Iraq, Syrie en Turkije lopen, en uitloopsels van de oude Zijde Route zijn. Langs deze smokkelroutes werd, behalve wapens, mensen en illegaal geroofde archeologische artefacten, vooral opium getransporteerd.

Leden van de Barzani-clan waren betrokken bij de ethnische zuiveringen van Armeniers in Turkije, en betrokken bij de oprichting van de Peshmerga. Moestafa Barzani, de ‘legendarische vrijheidsstrijder’ van de Koerden, sloot zich op jonge leeftijd bij de Peshmerga aan. Sindsdien is de Peshmerga nauw verbonden aan de leider van de Barzani-clan.

De Peshmerga gelden als de privelegers van de machtige Koerdische clanleiders. De Barzani’s, de grondleggers van het Koerdisch nationalisme, hebben de Peshmerga tijdens de tweede helft van de 20e eeuw constant gebruikt om de ene na de andere gewapende opstand te lanceren tegen zittende regimes in Iran, Irak, Turkije en Syrie. Of het zittende regime nu socialistisch, communistisch, nationalistisch, liberaal of dictatoriaal was, voor de Koerden of tegen de Koerden, dat maakte allemaal niets uit; het was het omverwerpen van het zittende regime en het te vervangen door een eigen staat; het gedroomde Koerdistan.

De getrainde milities uit de bergen zijn geduchte tegenstanders voor ieder regime vanwege hun fanatisme. Dat fanatisme is grotendeels te wijten aan de hersenspoeling die de Peshmerga ondergaan.

De Peshmerga worden getraind in kampen die “militaire academies” genoemd worden.
Anno 2006 zijn er 50.000-70.000 Peshmerga in Irak. Velen van hen zijn sinds jaar en dag geintegreerd in het nieuwe leger van Irak, en hun elitetroepen krijgen speciale training door Amerikaanse en Israelische militairen. Maar nog steeds behoren de Peshmerga qua loyaliteit in eerste instantie aan de twee leiders van de twee grootste en belangrijkste Koerdische partijen in Irak. Zowel Barzani en Talabani als de Peshmerga soldaten in het Irakese leger verkondigen dit openlijk.

Alhoewel er sinds lang vrouwen bij de Peshmerga zitten, bestond hun taak binnen de militie uit koken, wassen, verzorgen van gewonden en andere taken terwijl de mannen vochten. Maar sinds de Golfoorlog begonnen ook Koerdische vrouwen in naam van de Peshmerga de wapens op te nemen. In 1996 werd daarom de “Peshmerga Force for Women” opgericht, waar vrouwen officieel als strijdkrachten fungeren. Het aantal huidige leden van de Peshmerga Force for Women wordt momenteel van 300-500 tot enkele duizenden geschat.



Etnische zuiveringen

De Koerdische leiders in Irak worden gelauwerd en bejubeld door de westerse politici, die hen als belangrijkste gesprekspartners beschouwen. Ondertussen heeft de westerse pers de mond vol met termen als “democratisch” en “gematigd” als zij het over de Koerdische leiders hebben en zijn vol lof over de stabiliteit en de voorspoed die er in Koerdisch noord Irak heerst terwijl de rest van het land door chaos geregeerd wordt.

Schijn bedriegt echter. De ‘gematigde’ Koerdische gesprekspartners van het westen, Barzani en al-Talabani, zijn geen democratische volksvertegenwoordigers. Het zijn beiden autoritaire tribalistische krijgsheren die de belangen van hun eigen clan voorstaan. Barzani wil een eigen Koerdische staat waarin de Barzani-clan oppermachtig zal zijn.

Ondertussen is herhaaldelijk gebleken dat de heren hun machtspositie gebruiken om noord-Irak van niet-Koerden te zuiveren.

In januari 2005 gebruikte Massoud Barzani zijn machtspositie bijvoorbeeld om niet-Koerdische bevolkingsgroepen in de regio van hun stemrecht te onthouden. In het bijzonder de Assyrische gemeenschap die 60.000 leden telt en orthodox-christelijk is werden op grote schaal gehinderd om hun nieuwverworven stemrecht uit te oefenen. In veel stemdistricten van christelijke gemeenten in noord Irak, in het bijzonder rondom de stad Mosul ontbraken stembussen en stembiljetten, of was er geen toezicht door onafhankelijke waarnemers, zoals was vereist. Veel Assyriers werden zondermeer bij stembureau’s weggestuurd.
Terwijl de verkiezingsdag verstreek begon het binnen de gemeenschap begon te gonzen dat een heleboel Assyriers niet in staat waren geweest om hun stem uit te brengen. Daarop braken er rellen op straat en bij de stembureau’s uit. De woede van de Assyrische gemeente richtte zich op Massoed Barzani, die beschuldigd werd van verkiezingsfraude en de Assyriers ervan te hebben weerhouden om hun stem uit te brengen. (7)

Vervolgens veroorzaakte Barzani een rel over de vlag van Irak. In 2006 verbood Massoed Barzani het hijsen van de nationale Irakese vlag, omdat de vlag een symbool van de Baathpartij was. Nu was de vlag in 1963 ingevoerd, maar na de val van Saddam gehandhaafd gebleven als symbool van nationale identiteit. Barzani verordonneerde echter dat de Irakese vlag verwijderd moest worden van alle openbare gebouwen en kantoren in de Koerdische regio, en dat deze vervangen moest worden door de Koerdische vlag. Massoed verdedigde het afschaffen van de Irakese vlag door te zeggen dat er: “zo veel pogroms en massamoorden in haar naam werden gepleegd.” (8)

Direct brak er consternatie uit onder allerlei niet-Koerdische bevolkingsgroepen en de internationale gemeenschap. Iedereen behalve de Koerden wilden de Irakese vlag aanhouden. Minister President Nouri al-Maliki verdedigde de handhaving van de nationale vlag omdat deze het lijden vertegenwoordigde van iedereen die het repressieve bewind van Saddam had overleefd: “Niet alleen de Koerden werden onder deze vlag afgeslacht, maar vele Iraki’s werden onder deze vlag afgeslacht. Irak werd onder deze vlag afgeslacht.” (8)
Jalal al-Talabani, leider van de PUK haalde zijn schouders op en noemde de consternatie over Barzani’s verbod “overdreven lawaai.”

Maar ook via etnische zuiveringspraktijken maakt Barzani, de het hoofd van de grootste Koerdische clan, schoon schip in noord Irak.
De Peshmerga werden na de val massaal in de politiediensten en het leger van Irak opgenomen, waar ze werden getraind en bewapend door de Geallieerden. Binnen een mum van tijd maken de Koerden vervolgens de dienst uit in de ordehandhaving van de drie Koerdische provincies in noord Irak.

Dan komt Seymour Hersh eind 2003 met de onthulling dat Israelische militairen Amerikaanse Commando’s in Fort Bragg trainen, en dat hun technieken opeens ook door Amerikaanse militairen in Irak werden gebruikt. Dit veroorzaakt veel onrust binnen en buiten de Arabische wereld. Vervolgens werd bekend dat Israelische militairen betrokken waren bij de wantoestanden in Abu Ghraib. Daarna werd in 2004, het jaar dat de SP delegatie naar Kirkuk vertrok, bekend dat de Israelische elite-eenheden ook de Koerdische strijdkrachten; politie, leger en milities in noord Irak hebben getraind.

In september 2006 zendt het BBC programma ‘Newsnight’ een interview uit met een voormalige Israelische Commando die in 2004 in noord Irak Koerdische milities had getraind, waaronder 100 Peshmerga voor “speciale missies” (9)

De Israelische oud-Commando tegen Newsnight: “Mijn aandeel in het contract was om de Koerdische veiligheidsmensen te trainen voor een groot luchthaven project, en om zowel de Peshmerga en de feitelijke soldaten, het leger, te trainen.” De militair, wiens identiteit verborgen bleef, zei dat hij de Koerden trainde in “anti-terreurlessen (…) hoe als eerste te schieten, hoe een terrorist in een mensenmenigte te identificeren.” (9)

Een jaar nadat bekend werd dat Israelische Commando’s de Koerdische facties in Irak trainen, wordt duidelijk dat diezelfde Koerdische troepen betrokken zijn bij de grootschalige ontvoeringen van niet-Koerden uit Kirkuk.
Zo bleek toen in juni 2005 de Washington Post een telegram, gedateerd 5 juni, van het State Department bemachtigde, waaruit bleek dat de Koerdische politie-eenheden honderden Arabieren en Turkmenen in Kirkuk hadden ontvoerd. (10) (11)

De ontvoerde mannen werden naar gevangenissen in Erbil en Sulaimaniya overgebracht met medeweten van de Amerikaanse strijdkrachten terplekke. (11)

De Washington Post schrijft dat de anti-Arabische en anti-Turkmeense campagne: “wordt georchestreerd en uitgevoerd door de Koerdische inlichtingendienst, die bekend staat asl Asayesh, en de Koerdisch-geleide Emergency Services Unit, een 500-koppig antiterreur eskader binnen de politiemacht van Kirkuk. Beiden zijn nauw verbonden aan het Amerikaanse leger.” (10)

Reuters wijst op de rol van de KDP en de PUK: “Het telegram beschreef de detenties als onderdeel van een gezamelijk en wijdverbreid initiatief ‘door Koerdische politieke partijen’ om in Kirkuk autoriteit uit te oefenen op een toenemend provocerende manier.” (10)

De massa ontvoeringen door de Koerden gebeuren onder het oog van de Amerikanen. De Washington Post citeert het State Department telegram: “Turkmenen in Kirkuk vertellen ons dat ze een Amerikaanse tolerantie waarnemen voor het gebruik, terwijl Arabieren in Kirkuk geloven dat de Geallieerde Strijdkrachten direct verantwoordelijk zijn.” (10)

De Washington Post schrijft dat de ontvoeringen zelfs uitgevoerd worden met behulp van Amerikaanse troepen.
Majoor Darren Blagburn, de inlichtingenofficier van het 116e Brigade Combat Team in Kirkuk wordt door de Post geinterviewd. Deze bevestigt de actie en verklaart dat de ontvoerde niet-Koerden naar gevangenissen in Erbil en Sulaimaniya zijn getransporteerd. De Majoor werpt echter tegen dat de gevangenen niet werden vastgehouden in staatsfaciliteiten, maar in afzonderlijke Koerdische gevangenissen die gerund werden door de inlichtingendiensten van de de KDP en de PUK. (11)

Desondanks was de hoge militair zeer positief over de Koerdische milities die nu burgers ontvoerden en martelden vanwege hun ethniciteit. De ‘World Socialist Worker’: “Maj. Blagburn beschreef een Koerdische eenheid betrokken bij de ontvoeringen als ‘heel behulpzaam, coalitie-vriendelijk,’ en zei dat ze doorgingen met het leveren van waardevolle assistentie aan Amerikaanse militaire ondernemingen tegen Irakese opstandelingen. ‘Feitelijk is dat de eenheid die we het meest kunnen vertrouwen,’ vertelde hij aan de Post.” (11)

Blagburn’s houding is dezelfde als waarmee de westerse politici en media over de Koerdische leiders spreken. Terwijl het tribalistische krijgsheren zijn die met hun gehersenspoelde eigen doodseskaders andere groeperingen hardhandig verdrukken, worden zij als de belangrijkste gesprekspartners van Irak beschouwd door degenen die dat land militair bezet houden.

De tribal warlords werken bovendien in tegen de belangen van het Koerdische volk zelf, dat steeds heeft moeten boeten voor de gewapende opstanden die de Koerdische Peshmerga lanceerden, net zoals zij moeten boeten voor de acties van de Koerdische terreurorganisaties PKK in Turkije en de Pejak in Iran.
Saddam’s al-Anfal offensief was een represaille op het Koerdische volk voor de talloze opstanden en provocaties van Mustafa Barzani en zijn zonen. De geheime oorlog die Turkije voerde tegen de Koerden in oost Turkije, waarbij minstens 30.000 mensen aan beide zijden het leven verloren, was een direct resultaat van de voortdurende bomaanslagen die de PKK uit naam van het Koerdische volk bleef plegen.

De reden waarom Syrie, Turkije en Iran zo verbeten zijn om, desnoods samen, ‘iets’ aan het Koerdische probleem te doen is omdat zij zich zeer bewust zijn van de rol die de Koerden met hun gewapende opstanden en hun schreeuw om separatisme in de 20e eeuw hebben gespeeld in de regio. Vanwege hun leiders staan de Koerden alom bekend als gevaarlijke onruststokers die iedere gelegenheid ter hand zullen nemen om met geweld een aanval te doen op een zittend regime. Hun bevlieging om hun eigen staat te stichten komt voort uit het feit dat ze zijn gehersenspoeld met een fanatiek nationalisme vol termen als martelaarschap en de roep om de strijd.

En ‘onze Serdar’? Die verdwijnt om in 2006 boven te komen in Koerdistan, waar hij een ontmoeting heeft met Judith Neurink. Ze schrijft: “Hij is een van de uit Europa teruggekeerde Koerden die ik spreek, een van de mensen die het volhouden. Menigeen haakt binnen een jaar af. Past niet meer in het systeem van vriendjespolitiek en hielenlikken, is te kritisch over de corruptie, of kan uiteindelijk toch niet leven in een land waar het politieke systeem officieel democratisch is maar ernstig doet denken aan dat van de afgelopen dertig jaar in Irak.” (12)

Dosky blijkt in noord Irak te wonen. Neurink: “…nu is hij terug in zijn vaderland. Hij werkt voor de overheid, voor het ministerie van oorlogsslachtoffers.” (12)

Dat ministerie van oorlogsslachtoffers waar Dosky voor werkt, blijkt bij de Koerdische Regionale Regering echter officieel het “Ministerie voor Martelaren en Slachtoffers van al-Anfal” te heten. (13)

Anno 2007 is onze Serdar terug in Nederland.






* Verscheidene onderzoeken achteraf hebben in de richting van Iran geduid als dader van de gifgas aanval op Halabja. Velen zijn daarom van mening dat het schijnproces en de executie van Saddam onder meer moesten verhullen dat hij niet betrokken was geweest bij Halabja.



Bronnen:

(1) “Geen afscheid van Irak: Nederlandse SP-delegatie in Irak”, Hans van Heijningen en Tiny Kox, mei 2004, op: www.kurdishinstitute.be/page.php?ID=89

(2) “Reisverslag SP-delegatie, april 2004”:
http://www.sp.nl/dossiers/irak/bezoek2004/10april.shtml

(3) “Geen tranen voor Saddam Hoessein”, Serdar Dosky, Tribune, 23 jan.’04, http://www.sp.nl/nieuws/tribune/200401/saddam.stm

(4) “Het was geen vakantie in Koerdistan”, Serdar Dosky, 6 nov. 2004 op de website van de Koerdische Jongeren en Studenten Unie, http://www.kurd4all.nl/detail.php?id=82&language=

(5) “Jan Marijnissen Weblog”, 10 april 2004, 10.04 uur, op:
http://www.janmarijnissen.nl/2004/04/10/spers-naar-irak/

(6) “Winkler Prins Encyclopaedie – jaargang 1951”

(7) “Iraakse verkiezingen gemanipuleerd: Koerdische leider pakt Assyrische christenen aan”, Abraham beth Arsan, 9 maart 2005, Tertio, op:
www.tertio.be/archief/2005/T265/T265-bul.htm

(8) “As Kurd and Arab clashes surge, a third war is looming in Iraq”, Patrick Cockburn, 30 september 2006, The Independent, op:
http://news.independent.co.uk/world/middle_east/article1772326.ece

(9) “Israelis trained Kurdish troops in Iraq – BBC report”, Reuters Alertnet, 19 september 2006, op:
www.alertnet.org/thenews/newsdesk/L1979854.htm
www.haaretz.com/hasen/spages/765068.html

(10) “Kurdish officials sanction Kirkuk abductions – WP”, Reuters Alertnet, 15 juni 2005, op:
www.alertnet.org/thenews/newsdesk/N15228779.htm

(11) “State Department cable details ethnic cleansing by US-backed forces in Iraq”, Patrick Martin, 16 juni 2005, World Socialist Worker, op:
www.informationclearinghouse.info/article9166.htm

(12) “Trouwblog – 31-10-2006”, Judith Neurink, Trouw, http://www.trouwpodium.nl/blogs/JN/index.php?paged=4

(13) “Ministers of the new unified cabinet”, 7 mei 2006, http://www.krg.org/articles/article_detail.asp?LangNr=12&RubricNr=93&ArticleNr=10938&LangNr=12&LNNr=28&RNNr=97&TopicText=KRG%20:%20Information&SiteID=50